Negerinnensex

Slaaf gezocht voorwerpen in vagina

..

Jongekutjes meisje komt spuitend klaar

Het is meer dan aannemelijk dat er meer specifieke biologisch gegeven gedragstendensen zijn. De betekenissen en de patronen die te maken hebben met seksespecifieke rollen zijn ook van meet af aan gegeven, en verweven met biologische eigenschappen en verschillen.

We moeten oppassen dat we die twee domeinen niet tegen elkaar uitspelen. Een eenzijdig accent op gender en rolpatronen mag niet voorbijgaan aan echte, fysieke verschillen russen mannen en vrouwen. En een eenzijdige nadruk op biologische verschillen mag niet verhullen dat mannen en vrouwen tot een culturele taakverdeling kunnen komen waarin fysieke verschillen gecompenseerd kunnen worden. Breinen en lichamen staan in verbinding met elkaar en vormen een netwerk in een omgeving met allerlei hulpbronnen.

Het uitgangspunt dat individuele ontwikkeling het resultaat is van activiteiten te midden van een verzameling van individuen, maakt dat elke activiteit van het afzonderlijke brein van meet af aan een sociale aangelegenheid is.

Alle mensen zijn toegerust met lichamelijke reacties, emoties en gevoelens, onbewuste of halfbewuste neigingen en bewuste overwegingen. Ze komen allemaal samen in het meest wonderlijke van de mensen: In het menselijke verkeer speelt onherroepelijk betekenisverlening mee rond verering, nederigheid of goede smaak.

Dominantie en fitheid als evolutionair principe zijn hier opgenomen in de wijdere sociale orde van betekenissen en gedragspatronen. Die druiste in tegen de toentertijd exclusieve nadruk op het observeerbare gedrag. Waarom daden van betekenis? Omdat het bij betekenis niet alleen om woorden gaat. Het gaat om lichamelijke uitdrukkingen, gebaren en rituelen. Gemeenschappelijk aan wat er tussen mensen gebeurt, is de vormgeving aan gedrag.

Mensen die met elkaar een interactie aangaan, sluiten bij elkaar aan door gebruik te maken van wat gewoontetrouw en vanzelfsprekend gedaan wordt in de gemeenschap.

Routines van borrelen tot begraven, zijn daar een goed voorbeeld van. Culturele praktijken Culturele gedragspatronen mogen dan op het eerste gezicht kenmerken van individuen zijn en soms van universele waarde blijken, je mag niet voorbijgaan aan de lokale gemeenschap van beoefenaren waarbinnen deze culturele praktijken vorm krijgen.

Dat ´leren´ moet echter niet louter in termen van instructie worden begrepen. Integendeel, juist op de niet-instructieve aard van leren komt hier het accent te liggen. Aankijken en interpreteren van dergelijk gedrag is niet minder een kwestie van oefening en training, van vallen en opstaan, dan het beheerst leren trappen van een bal of het leren onderscheiden van wijnsoorten.

Hardnekkige patronen in een nieuwe vormgeving Voorbeelden: Marokkaans en Turkse jongens die Nederlandse meisjes anders behandelen dan meisjes uit hun eigen land en eerwraak in zoverre is eerwraak niet de schuld van de ´cultuur´ en valt deze ook niet zomaar af te leiden uit de heersende normen en waarden.

Tegelijk moeten we vaststellen dat de onderling gereguleerde gedragingen en sentimenten niet zomaar omgevormd kunnen worden. Zelfs met de allerbeste intenties lukt het niet om de moord te voorkomen. Om iets van eerwraak te begrijpen zonder een al te gemakkelijk beroep op de cultuur enerzijds en individuele verantwoordelijkheid anderzijds, is het daarom zaak om de onderling gereguleerde gedragspatronen en gevoelens onder de loep te nemen.

Wat begrepen moet worden is hoe leden van een hele samenleving mede vormgeven aan praktijken waaruit de geschonden eer gewroken moet worden. Dat is iets heel anders en vergt een heel andere analyse dan stellen dat eerwraak de norm is. Bij culturele praktijken is er zelden een duidelijke instructeur en vrijwel nooit expliciete instructie, hoe het wegkijken van iemand precies in zijn werk gaat of hoe seksuele intimidatie van ander dan landseigen vrouwen zich precies voltrekt, zal zelden uitdrukkelijk geleerd of geïnstrueerd zijn.

Maar er is wel sprake van voordoen, nadoen, oefening, training en ten slotte van het van binnenuit voelen hoe het ´moet´. En wat er zeker bij hoort is correctie, vanuit de groep, als je het niet goed doet. Maar wat er bij culturele praktijken op het spel staat houdt verband met gedragspatronen die deel gaan uitmaken van wat iemand van zichzelf en van zijn groepsgenoten vindt.

Vrijwel niemand wil immers een buitenbeentje zijn in de groep. Het gaat erom dat je met handelwijze aangeeft dat je deel uitmaakt van de groep, dat je de weg weet en dat je er veel aan gelegen is om deel uit te blijven maken van de groep.

Bovendien kent elke groep zijn leiders en volgelingen, meesters en leerlingen. Cruciale cognitieve vermogens Met de hogere primaten orang-oetang, gorilla, chimpansee en bonobo en sommige zoogdieren hebben mensen enkele cognitieve vaardigheden gemeen.

Van dieren echter beperkt, waardor gedragsvariatie het niet haalt bij die onder de mens. Zelfs bedrog en oplossen van problemen is mogelijk. Wat vooralsnog aan de hogere primaten en de mens lijkt voorbehouden is begrijpen van sociale relaties waarbij zijzelf, een ander en een derde partij betrokken zijn. Wat noch zoogdieren nog de apen kunnen is zich samen met anderen op iets richten en daar gezamenlijk toegespitste aandacht voor hebben. Of het hier om een exclusief menselijk vermogen gaat, is dus geen uitgemaakte zaak.

Veel interessanter is de kwestie of er cognitieve vermogens aanwijsbaar zijn die aan de basis staan van complexe sociale gedragingen.

Belangrijkste punt van Tomassello: Het krijgt bij mensen zijn beslag in ongeveer de negende maand na de geboorte. Sommige vormen van intentionaliteit komen ook bij dieren voor. Men doet dat wel. Aap stapelt zodat hij zijn evenwicht behoudt. Evenwichtsorgaan dicteert de kistjes. Mensen gebruiken hun verbeelding bij stapelen kistjes. Dit geval gaat het erom dat ze zich bewust zijn van hun gezamenlijke activiteit.

Bij dieren blijft het eigen lichaam cruciaal in het aangaan van contacten en in omgaan met dingen. Dat dieren in het geheel geen symbolisch gedrag vertomen, is moeilijk vol te houden. Duidelijk is wel dat er maar weinig voorbeelden zijn in de dierenwereld. Als er al symbolische vermogens zijn bij dieren, zijn ze in vergelijking met mensen niet erg ontwikkeld en slechts beperkt trainbaar.

Het dier beschikt niet over een uitgebreide verbeelding tot later gebruik. Lijkt er sterk op dat het vermogen om te begrijpen dat ook anderen intentionele wezens zijn, hierbij een doorslaggevende rol speelt. Auto-imaginatie is hier ook van belang: Technisch gesproken behelst het spelen met een bal een onderlinge coördinatie van elkaars gedrag en aandacht.

Het woord ´spelen´´ is echter ook een vorm van aandachtsen gedragscoördinatie. Je kunt spreken van een onderlinge coördinatie van een onderlinge coördinatie. Betekenissen van woorden of dingen hebben altijd te maken met dit soort tweede-orde coördinaties van gedrag. Heeft psychologisch gezien een belangrijke consequentie: Betekenissen hebben altijd te maken met onderlinge afstemmingen van gedrag.

Woorden zijn voor mensen de symbolen of betekenisdragers bij uitstek. De dwingende aard van een verbod of een belofte heeft te maken met het feit dat anderen in de gemeenschap zich er al aan houden.

Om zelf deel te worden van die gemeenschap moet je je eigen gedrag daarom afstemmen op wat de anderen doen. Mensen leven voor een belangrijk deel dus in betekenisvolle ordeningen van eigen makelij. Handelen grotendeels op basis van afspraken, overtuigingen en verwachtingen die ze in relatie met en tot anderen vormgeven. Eigen identiteit van mensen staat hierbij op het spel. Die identiteit krijgt gestalte door de afstemming van het eigen gedrag op dat van anderen.

Cor Baerveldt normen en waarden zijn net als andere talige gedragscoördinaties van de tweede orde. Toch is het niet de norm die het effect sorteert, maar in plaats daarvan het verplichtende en normatieve karakter van hoe mensen hun gedragingen op elkaar hebben afgestemd.

De norm, waarde of wet drukt die wijze van afstemming uit. Soms opereert een individu of een groepje individuen vanuit zo´n abstract idee. Door ervan uit te gaan dat abstracte waarden, normen of wetten het gedrag van mensen voortbrengen span je het paard in feite achter de wagen. Politiek en beleidsmatig is de discussie over waarden in zoverre verstandig, dat scherper voor ogen komt waaraan iedereen moet voldoen.

Ook in vergelijking met de gemiddelde Nederlander. Komt meestal doordat cruciale leden van de culturele groep de bestaande situatie thuis in stand houden. Bekijken vanuit ander perspectief: Misschien boezemen westerse arbeidseisen de mannen angst in. Meisjes verkeren echter in onderdrukte positie waardoor zij sneller geneigd zijn dat juk af te werpen zodra nieuwe omstandigheden dat toelaten. Dat gebeurt niet conform een of andere individuele pathologie of criminele inborst, maar veeleer conform het patroon om indruk te maken met mooie spullen, respect krijgen in de groep en buitenstaanders angst aanjagen.

In Marokko is het heel gewoon om elke keer als eerlijkheid is vereist, opnieuw na te gaan of iemand te vertrouwen is. In straatgroepen veel meer ruimte voor mannelijk vertoon, pose en indruk maken met het snelle geld. Maakt sommige Marokkaanse jongeren gevoeliger voor wat bij Nederlandse jongens die veel op straat verkeren heel gewoon is: Deze mechanismen duiden in dit perspectief helemaal niet op een conflict tussen Marokkaanse en Nederlandse waarden.

De problemen ontstaan daar waar een bestaande praktijk een lokale voedingsbodem vindt. In zo´n geval wordt het gedrag niet door abstracte waarden aangedreven, maar door een vanzelfsprekend gedrags- en gevoelsrepertoire dat al ´van huis uit´ aanwezig is.

Wat hier over waarden is gezegd, geldt onverkort voor normen. Ook normen leidt men af uit wat in een samenleving de praktijk is. Juist omdat deze denkfout niet wordt ingezien, is de discussie over normen en waarden oeverloos. Wat normen vóór hebben op waarden, is dat ze kunnen worden vastgelegd in een wettelijk kader of in een kader dat op een of andere wijze verplichtend is. Maar ook in het geval van normen geldt dat ze een label zijn voor gedrag dat al als verplichtend wordt ervaren. Dat ´mens´ zijn daadwerkelijk inhoudt dat we ´leven in taal´ heeft te maken met een vrij ingewikkelde psychologische manoeuvre volgens welke wijde wereld en onszelf waarnemen.

Gooiers zijn compleet naïef en weten niet precies wat ze aan het doen zijn. De aandacht en handelingen voor het overgooien van de bal: De hand-oogcoördinatie is hierbij het belangrijkst. Stel dat deze naïeve spelers plots realiseren dat ze verwikkeld zijn in een reeks gedragingen die ze op elkaar afstemmen: Strikt genomen is daarmee het object balspel pas in het leven geroepen. Geldt ook voor b. De gooiers kunnen nu reflecteren op het feit dat ze objecten kunnen onderscheiden: Er is nu sprake van waarnemen.

Nog een reflectie hoger, op het 4e plan, ontstaat in feite de waarnemer zelf. Het argument gaat nog een paar reflectieniveaus verder, met achtereenvolgens zelfbewustzijn, verantwoordelijkheid en vrijheid. Hoeft niet te betekenen dat het om gesproken taal gaat.

De onwetende balgooiers raken hun naïviteit ten aanzien van wat ze doen en wie ze zijn pas kwijt in de 2e en hogere orde onderlinge coördinaties van gedrag. Andermaal gaat het er dus om wat er zich tussen mensen afspeelt. De rol van het lichaam in twee varianten Lichaam I: Wat ´beslist´ is de voortgang van het proces in het lichaam.

Functioneel gedrag is dus niet alleen gelegen in de regulering van b. Het is ook terug te vinden in processen die we rekenen tot ons zelf bewustzijn. Kan gaan om vaardigheid, kunst maar ook expressie van gevoelens, of ritualisering van een handeling.

Ook lichaamstechnieken en —praktijken vallen eronder. Het lichaam dat gedrild en getraind wordt, leert voetballen, dansen en skiën.

Ook het lichaam dat zich gaat bewegen en uitdrukken conform de klasse waartoe men behoort. Niet alleen bij geboorte gegeven kenmerken als huiskleur en lichaamsbouw maar ook later in het leven verworven vormen van expressiviteit.

Lichaam van de mode. De culturele vormgeving van de term ´mode´ aangemerkt als ongeveer even belangrijk voor de onderlinge omgang van mensen als religie. Zeden en mode reguleren de meer aardse vormen van gedrag die samenhangen met het elementaire sociale verkeer. De effecten daarvan zijn namelijk aan het macro-operationele lijf af te lezen. Tot die organisatie heeft de betrokkene nauwelijks toegang.

De culturele praktijken waarover eerder gesproken is, kunnen daarom vaak met recht lichaamspraktijken worden genoemd. Het gaat weer om het patroon, om datgene wat zichtbaar is over de hele linie. Zo raken tweede generatie allochtone jongens thuis voor een belangrijk deel uitgerust met een sensibiliteit en expressie tegenover meisjes die past bij de kleine gemeenschappen van het Oost-Turkse platteland.

De intrinsiek sociale groep Het doel is nog steeds om begrijpelijk te maken waarom gedragspatronen van een culturele groep een normatieve, verplichtende dimensie hebben. Voor een deel ligt het antwoord besloten in hoe lichaam II dat verplichtend karakter tastbaar maakt. De verplichting is n. Onderscheiden daartoe twee soorten groepen: Het kenmerk van deze groep is dat leden geen enkele band met elkaar hebben om toch in dezelfde groep te komen.

Een intrinsieke sociale groep ontstaat pas als de mensen een groep met elkaar vormgeven. Het beslissende kenmerk van de intrinsieke sociale groep is dat de leden zelf vormgeven aan het groepstoebehoren.

Gebeurt op basis van drie identificatiemiddelen: Kan daardoor ook het gemakkelijkst worden beïnvloed, n. Het resultaat is meer dan een aggregaatgroep, omdat het niet alleen om van buitenaf aangebrachte indeling gaat. Nederlanderschap is in dit geval niet alleen een label: Notabelen in een dorp. Vandaag de dag niet meer zo opvallend aanwezig. De dominee, dokter etc.

Ze verwachten dat deze conventies onderkend worden door iedereen die verder met hen te maken heeft. Conventies zijn minder gemakkelijk te manipuleren omdat ze minder nadrukkelijk zijn dan een regel of afspraak. Je raakt er pas vertrouwd mee als je de conventies ook werkelijk praktiseert en ervaart.

Ze worden daarmee tegelijkertijd méér deel van iemands persoon dan de wetten en de regels op basis waarvan b. Nederlanders in het buitenland bij elkaar horen.

Een groep die op basis van conventies vorm geeft aan het lidmaatschap is daardoor ook minder open; minder in elk geval dan wanneer alleen afspraken de identificatoren zijn. Jeugdgroeperingen onderscheiden zich onderling vaak op dit punt. Beheers je de vaak ondoorzichtige conventies van een vriendenclub niet, of slaag je er niet in ze op te pikken, dan lig je eruit.

Met conventies kan nog enigszins gespeeld worden. Het lidmaatschap eist immers een zeker feel en kundigheid. Een gevolg daarvan is dat je er minder gemakkelijk tussenkomt en er minder gemakkelijk bijhoort, zelfs al voldoe je aan de materiele voorwaarden. Groepslidmaatschap op basis van arrangementen Groepen op basis van arrangementen zijn het meest gesloten.

Ze zij wel aan te wijzen, maar nauwelijks te verwoorden. Waar het om gaat is dat het gênant is voor een vrouw om b. Ook een gang of supportersgroep zijn voorbeelden van groepen waarvan de vormgeving mede afhankelijk is van arrangementen. De orde wordt gearrangeerd doordat onnadrukkelijk vastligt wie met wie mag praten, bellen of anderszins communiceren, wie initiatieven mag nemen, en van wie gehoorzaamheid wordt verlangd.

Arrangementen verschillen van afspraken en conventies doordat ze vooral bestaan bij de gratie van hoe dingen in de groep geordend zijn. Die ordening komt doorgaans nog onnadrukkelijker tot stand dan bij conventies. Begroetingsrituelen, kleding, attributen, maar ook taal die gestileerd wordt tot b.

Ze zijn niet onderhevig aan duidelijke of vaste regels, maar wel ligt min of meer vast wat ´gepast is´, is dat arrangementen nauwelijks inwisselbaar zijn. Heel langzaam wordt duidelijk waar we de dwingendheid van gedragspatronen moeten zoeken: Dat vrouwen zich in koffiehuizen en mannen bij de beurt zich misplaatst voelen, is mede het gevolg van het feit dat het lichaam letterlijk in de groep wordt íngelijfd´.

Vooral te merken aan de lichamelijke reacties in een misplaatste context of groep. In een vreemde sociale omgeving zijn mensen vaak onhandig, zowel wat bewegingen betreft als wat gevoelshuishouding betreft.

De eigen getrainde en vertrouwd geraakte gedragspatronen passen niet in de arrangementen elders. De leefstijl wordt een deel van jezelf, zonder precies te weten hoe je dat voor elkaar krijgt. Het is evenwel niet zo dat de groepsleden er weet van hebben dat ze een hechte gemeenschap vormen. Alleen het geoefende oog ziet hoe alles erop gericht is om mensen in sociaal opzicht op hun plaats te houden.

De arrangementen vallen de leden pas op als ze van omgeving veranderen. Turken in Nederland, nemen schapen, richten huis in als in Turkije etc. De nadrukkelijkheid zorgt voor grotere reguleerbaarheid. Conventies zijn minder nadrukkelijk dan afspraken.

Je op basis van conventies tot een groep te rekenen, vereist weliswaar oefening en training, maar het vanzelfsprekende karakter maakt dat de conventies minder expliciet tot groepsbinding leiden. Om tot de hogere klasse te behoren moet je je daarbij behorende conventionele gedrag eigen maken. De oefening daarvan gebeurt ongemerkt, impliciet. Conventies zorgen ook voor de morele of normatieve dwang waar we het hier de hele tijd over hebben.

Conventies kunnen immers ernstig geschonden worden. Lichaam II is op bijzondere wijze bij conventionalisering betrokken. Het opsporen van de dwingende ordening afkomstig van arrangementen, vereist een geoefend oog omdat de arrangementen het minst nadrukkelijk zijn. Waren vooral groeperingen uit de lagere milieus en kleinere dorpen doe massaal tegenstemden. Onvrede alleen maar te begrijpen in termen van de intrinsiek sociale groepen die vastzitten aan arrangementen waarin Europa weinig positiefs te bieden heeft.

Vanzelfsprekend zijn ze ook terug te vinden in conventies en afspraken. Immers, wat hier conceptueel onderscheiden wordt speelt in het leven van alledag door elkaar heen. De habitus is nauw betrokken bij het telkens opnieuw tot stand brengen van de omgangsvormen die voor een groep kenmerkend zijn. De heersende arbeidsomstandigheden in een bepaalde gemeenschap en de beschikbare hulpbronnen zijn daarin medebepalend.

Habitus is daarom een goede term voor wat de gevolgen zijn van bepaalde arrangementen voor de ervaringen van mensen. Als afspraken zorgen voor identificatie met een groep, dan gaat het om iets dat het verst afstaat van de ervaring.

Jezelf rekenen tot de groep die volgens de wet uit Nederlanders bestaat, zoals bij naturalisatie het geval is, is niet echt ervaringsnabij. Je bent er immers met je hele lijf en leden in betrokken.

Dus hoe nadrukkelijker, hoe minder ervaringsnabij en omgekeerd. Conventies nemen een tussenpositie in, omdat conventies ook enigszins opgeplakt kunnen zijn. Je hebt groepen in veel soorten, al naar gelang bij de identificatie afspraken, conventies of arrangementen zijn betrokken.

Vooral arrangementen zijn voor een cultuurpsychologisch perspectief belangrijk omdat het over zaken gaat die de leden van de groep zelf, van binnenuit voelen doordat ze ermee vergroeid zijn. Voor conventies geldt dat wat minder en voor afspraken nog minder. Maar alledrie de identificatoren hebben te maken met de ervaringen van de groepsleden.

Gedragswetenschappen zouden het niet moeten hebben van welomschreven begrippen. Hierin mag je best morrelen aan de omschrijving van afspraak, conventie of arrangement. Als je het idee maar vasthoudt dat de eigen vormgeving cruciaal is. Houd goed voor ogen dat meer en minder ervaringsnabije elementen, en meer en minder beïnvloedbare elementen een onmisbare rol spelen.

Bij elk onderzoek naar hoe groepen aan hun dwingende werking komen, behoren ervaringsnabijheid en nadrukkelijkheid een hoofdrol te spelen. We behandelden de intrinsiek sociale groep in het kader van de indeling in lichaam I en II, waarbij lichaam II zijn verplichtende invloed kan hebben omdat het intrinsiek sociale karakter van de groep lichamelijk tot uitdrukking komt.

Meer dan afspraken en meer dan ook conventies, ontlenen arrangementen hun groepsvormende invloed aan het feit dat door arrangementen de leden echt worden ingelijfd. Het lichaam wordt tot een belangrijk instrument van het groepstoebehoren: Ondervraagde groepen zijn bijna per definitie aggregaatgroepen.

Schalen leveren een gestandaardiseerd instrument op waardoor allerlei eigenschappen van tevoren bepaald kunnen worden. Ook kunnen de schalen door anderen opnieuw gebruikt worden. Dit kan allemaal niet bij observaties of gesprekken.

Juist vanwege deze voordelen is onderzoek m. Vaak gaat het om onderzoek met een beleidsmatig karakter.

Het betreft dan grootschalige vragenlijststudies surveys. Ook nadelen van zo´n onderzoek: Met de gegeneraliseerde gegevens van de kwantitatieve methode kun je geen uitspraken meer doen over de motieven of kenmerken van de individuele personen.

Het complexe verschijnsel wordt bewerkt tot een goed gedefinieerd begrip dat met schalen gemeten kan worden. Hierin schuilt echter een gevaarlijke cirkelredenering. Niet het complexe verschijnsel maar het begrip wordt uitgangspunt van het onderzoek gemaakt.

Verklaringen van verhalen In zijn proefschrift schrijft Gerben Westerhof over de onjuiste aanname dat mensen bij het vragen naar een mening over een aantal uitspraken ook daadwerkelijk een mening daarover hebben.

Soms denken mensen pas voor het eerst over iets na waneer het hun in de enquête gevraagd wordt. De kans is dan groot dat het gegeven antwoord niet zoveel te maken heeft met iemands werkelijke dagelijkse motieven en praktijken. De competentie om te antwoorden is immers afhankelijk van hoe vertrouwd je met het onderwerp bent. Deze competentie om te antwoorden is geen individuele eigenschap, maar een sociale verworvenheid. Het verwoorden van opvattingen is iets dat je leert.

Maar er bestaat ook een verhouding met de ons omringende wereld van mensen en gebeurtenissen die van een directe en ongereflecteerde betrokkenheid getuigt. Bourdieu noemt die vorm van betrokkenheid ethos: Ethos sluit meer aan op praktijken.

Ethos gaat over de directe ervaring, over het perspectief in de eerste persoon. Geen twee soorten wetenschap Aanvankelijk werd aangenomen dat je bij de bestudering van de innerlijke wereld van mensen gewoon te werk kunt gaan zoals in de natuurkunde.

Duidelijk werd echter dat ervaringen niet in stukken kunnen worden geknipt. Dat maakte ook meteen duidelijk dat het gebruikelijke procédé in de natuurkunde niet werkte. Aanvankelijk leidde die vaststelling tot de overtuiging dat daarom een nieuw soort wetenschap nodig was, de geestes- of menswetenschap. Maar in de box: Het gaat om de werkwijze, om het verzinnen van oplossingen voor problemen en het toetsen van een mogelijke procedure om de zaak zodanig uit te zoeken dat je er iets aan kunt doen.

Zo gaat het ook bij het onderzoek naar de menselijke ervaring. Daar is geen aparte wetenschap voor nodig, ook al is kwantificeren niet altijd mogelijk. Van oudsher is de antropologie altijd in ethos geïnteresseerd geweest. Participerende observatie is dan het geëigende middel. Maar hoe analyseer je die? De standaardanalyse bestaat uit het opstellen van een lijst met gecategoriseerde hoofdthema´s, die wordt afgeleid uit de interviews of antwoorden.

Aan de hand van die categorieën kunnen antwoorden geclusterd en geordend worden. Tussen die verschillende categorieën worden vervolgens verbanden gezocht. Van ervaringen wordt niet alleen rekenschap afgelegd in het gesprek dat mensen in een interview met de onderzoeker voeren, maar ze krijgen ook hun beslag in de verhalen die mensen onderling vertellen en in de gesprekken die ze onderling voeren.

Theodore Sarbin een van de eersten die dat deed Er ontstaat een soort ´vertelpsychologie´. Vanzelfsprekend zijn bij die constructies de zaken betrokken die samen het cultuurpsychologisch perspectief uitmaken: De techniek die voor de analyse van gesprekken het meest passen is, werd bedacht door Harvey Sacks.

Hij wordt vaak in verband gebracht met Harold Garfinkel die de etnomethodologie heeft bedacht. De kern hiervan betreft de vraag hoe mensen spontaan rekenschap afleggen van hun handelwijze in b. Meestal gaat het dan om de uitleg van het eigen optreden. Sacks was echter meer geïnteresseerd in de structuur van het gesprek. Een en ander resulteerde in technieken om gesprekken te analyseren onder het opzicht van de beurt nemen, de volgorde van spreken, anderen al dan niet aan het woord laten, accenten leggen in een uitspraak, tussenbeide komen, corrigeren, pauzeren, stem verheffen en tal van andere expressieve en inhoudelijke bijzonderheden.

Sacks noemde dit conservatieanalyse. Taal en werkelijkheid Hierboven kwam al ter sprake welke bezwaren er kleven aan onderzoek naar meningen, waarden, attitudes enz. Dat heeft geleid tot technieken die aan enkele vanzelfsprekende beginselen tornen: Dat wordt vervolgens tot voorwerp van onderzoek gemaakt. Het belang van discour als eerste onderstreept door Michael Foucault. Zijn positie heeft velen ertoe gebracht om vooral te letten op hoe de werkelijkheid mede gemaakt wordt in gepraat en geschrijf.

Worden voor allerlei doeleinden onderworpen aan interviews, of een gesprek te voeren met de onderzoeker. De wijze waarop dit gebeurt, wijkt niet af van interviews en gesprekken in individuele gevallen. Maar bij gevoelige onderwerpen krijg je zo wel extra informatie over de wijze waarop het gesprek wordt gevoerd. Dat maakt het mogelijk om conversatieanalytische thema´s bij het onderzoek te betrekken. De sociale kaders van emotie en gevoel Lange tijd zijn emoties gezien als verstoorders van het verstandelijke proces.

Dit is voor een deel waar. Dit beeld van emoties veranderde toen er inzicht kwam in de rol van gevoelens. Het gaat om twee verschijningsvormen van het aangedaan zijn door een gebeurtenis. Aan de ene kant zien we bij iemand die verdrietig is duidelijke lichaamstoestanden die verraden dat er werkelijk iets gaande is. Dat zijn reacties die door emoties in gang zijn gezet.

Hiertoe behoren ook lichamelijke reacties als een versnelde hartslag, een vlottere doorbloeding van de huid en een verharding van de gelaatstrekken. In de emotie wordt onmiddellijk en zonder tussenkomst van een bewust beslissingsproces geregistreerd of een gebeurtenis voordelig is of dat ze een bedreiging vormt. Deze automatische taxatie of inschatting is een van de belangrijkste functies van emoties.

Gevoel is dus de mentale inhoud van emoties; het stemt overeen met emoties en doortrekt het hele lichaam. In de ogen van Damasio hebben emoties een soort mentale tegenhanger in gevoelens. Gevoelens zijn even lichamelijk als emoties maar tegelijkertijd ook ideationeel: Hij vond neurologische evidentie voor het idee dat gevoelens verbonden zijn aan neurale afbeeldingen van de toestand van het lichaam.

Een beetje slordiger gezegd zijn gevoelens gedachte emoties. Op zich is het niet verwonderlijk dat op basis van het functionele lichaam I al heel veel geregeld is dat pas nadien ten volle wordt beseft. Het taxeren van een situatie gebeurt vaak geheel buiten ons om op een uiterst functionele wijze. Besluit lijkt te worden genomen op het niveau van het organisme zelf.

Hier is lichaam I aan het werk. Voor zover vreugde, verdriet, trots, schaamte, sympathie of je thuis voelen bij iemand in gang wordt gezet door lichaam I zijn het dus waarneembare emotionele processen. Zoals James al zei zijn het processen waarbinnen zich een taxatie afspeelt zonder merkbare tussenkomst van het brein.

Iets vergelijkbaars gebeurt bij iemand die in een reflex nog net een tegenligger ontwijkt. Terug naar verhaal beer: Aan die reflectie komen gevoelens te pas: Maar nu is ook lichaam II in het spel als expressieve factor. Juist omdat een emotie voor de actor zelf herkenbaar wordt in zijn gevoel, terwijl ook de buitenwacht zijn emotie kan waarnemen, is het mogelijk om er vorm aan te geven.

Hier is onmiddellijk de sociale stilering van gevoelens aan de orde. Lichaam II is een ingelijfd lichaam. De stilering van gevoel kan goed geïllustreerd worden a. Wederom het voorbeeld van het leren golfen. Het van ´binnenuit voelen´ hoe het van buiten moet.

Inmiddels wordt algemeen erkend dat dit sensorium openstaat voor beïnvloeding. De antropoloog David Howes overdreef, in die zin dat het sensorium niet alles pikt, hoe sociaal het verder ook is afgesteld. Het sensorium in het instrument waarmee ervaringen voelbaar worden.

Die afstelling is een leerproces. Het sensorium is niet alleen afgesteld op fysieke pijn maar ook op sociale uitsluiting, vernedering en inbreuken op de lichamelijke en geestelijke integriteit. In recente publicaties van Baumeister en De Wall wordt gesuggereerd dat erg veel sociale pijn het sensorium weliswaar afstompt, maar niet op een definitieve manier. Cultuurpsychologen verleggen het accent van wat er in een organisme gebeurt naar wat zich tussen mensen afspeelt, d.

Het is een cruciaal inzicht in de cultuurpsychologie dat emoties en de ermee verbonden gevoelens vorm krijgen in een sociale situatie. Ze zijn onmiddellijk aan de orde wanneer mensen zich tot elkaar richten of wanneer ze zich gezamenlijk op de buitenwereld richten.

De stileringen van de groep modereren in dit geval de affecten. Met de vormgeving aan gevoel in een groep komt ook een geheel eigen klasse van betekenissen tot stand. Dat zijn betekennissen met een lading, die tussen mensen bestaan.

Zodra emotie en gevoel meespelen is een mededeling niet zomaar een mededeling. De aanwezigheid van anderen is daarom essentieel in het ontstaan van gevoelens.

Net zo min als ideeën en gedachten in al hun rijdom terug te vinden zijn in de fysiologie van lichaam I, zo zijn gevoelens en emoties niet te begrijpen als louter lichamelijke reacties.

De geïnvolveerdheid van het eigen lichaam en dat van de toeschouwer, maakt emoties en gevoelens tot echtmakers. Emoties laten door hun fysiologische markering in lichaam I, geen twijfel bestaan over wat iemand is overkomen. Emoties en gevoelens brengen daardoor betekenissen aan met een heel eigen werking. Als we letten op hoe emoties en gevoelens functioneren in het menselijk verkeer, dan werken ze niet anders dan ideeën. De vormgeving aan emoties en gevoelens betrekt mensen dus letterlijk met huid en haar in de groep, veel krachtiger dan wat louter op grond van ideeën of argumenten bewerkstelligd zou kunnen worden.

Om die reden zijn emoties en gevoelens cruciaal bij het scheppen en in stand houden van de normatieve orde. Alledaagse automatismen John Bargh: Mensen doen ze op in de gemeenschap waartoe ze behoren.

Achter deze suggestie steekt de lastige vraag of de oorzaken van gedrag en de redenen die ervoor gegeven worden, wel goed uit elkaar gehouden kunnen worden.

Bevindingen die niet passen binnen de theorie worden tot ruis verklaard. Ideeën en gevoelens zijn in zo´n optiek dan al gauw een direct gevolg van de manier waarop het brein georganiseerd is. We moeten dus steeds voor ogen houden dat de drijvende kracht achter wat we doen niet wordt gevormd door onze bewuste besluiten alleen. De motivatie komt mee met wat al op het niveau van het organisme zelf, automatisch en zonder dat we er erg in hebben, is vastgesteld en vervolgens ondernomen.

Waarom mensen zo vasthouden aan cultuur Psychologen zijn vaak van de tweedeling uitgegaan dat je of gestuurd wordt van binnenuit of van buitenaf.

Inmiddels weten we dat motivatie geen zaak is van irrationele krachten tegenover rationele of van louter bekrachtiging van buitenaf. Het onbewuste benadrukt iets anders. Het bouwt voort op onderzoek naar het verwerven van vaardigheden en naar de moeiteloze, nietbewuste verwerking van omgevingsindrukken. Hij trof geautomatiseerd gedrag aan bij de waarneming, het streven naar doelen, emoties, stemmingen en bij evaluaties van mensen en gebeurtenissen.

Geautomatiseerd gedrag wordt in gang gezet zonder dat de betrokkenen er erg in heeft. Het is wel volstrekt doelgericht en past bij wat er op dat moment gedaan moet worden. Maar waarom en hoe het gedrag wordt aangestuurd, onttrekt zich aan de eigen waarneming. Barghs onderzoek leidde tot de algemene vaststelling dat bewuste waarneming en verwerking zoveel van onze mentale verwerkingscapaciteit in beslag neemt dat het maar goed is dat veel dingen automatisch verlopen.

Ook motivationele processen kunnen automatisch in gang worden gezet. Deze uitkomst is voor de cultuurpsychologie erg belangrijk. De automaticiteit waarmee gevoel en feeling zich aldus manifesteren, maakt bewuste controle erover moeilijk. Het is eenzelfde soort hardnekkigheid als die waarvan culturele gedragspatronen, lichaamspraktijken en wijzen van ervaren zijn doordrenkt.

Het cultuurpsychologisch perspectief Een psychologisch perspectief op cultuur richt zich dus op de vormgeving aan gedrag en ervaringen. Mensen blijken keer op keer te handelen en te voelen via geijkte lijnen. Die stilering voegt zich naar de sociale kaders die door de groep worden aangereikt: Gaat om praktijken omdat de gepaste gedragingen en gevoelens geoefend en getraind moeten worden. Uiteindelijk kunnen gedrag en gevoel daarmee een goeddeels automatisch karakter verwerven.

Dat maakt dat culturele patronen vaak onmiddellijk beschikbaar zijn en moeilijk te corrigeren: Vormgeving heeft ook betrekking op wat goed, gepast, verkeerd, onaangenaam enz. Dat maakt andermaal dat het bij ´cultuur´ gaat om lichaamspraktijken die mensen met huid en haar involveren.

De stilering van die praktijken is normatief of verplichtend: Dit is niet zozeer een kwestie van instructie of uit je hoofd leren; het gaat om oefening en disciplinering van het lichaam en alles wat daarbij hoort. Dat maakt ervaringen echt doorleefd.

Cultuurpsychologie gaat over praktijken die identificerend zijn voor leden van een intrinsiek sociale groep. Het gaat over gedragingen en gevoelens die hun beslag krijgen binnen de regels, conventies en arrangementen van zo´n groep. Het gaat dus om zaken die worden gereguleerd tussen mensen. Daarom ook is het een misvatting te denken dat ´cultuur´ werkelijk bestaat en iets doet. Alleen mensen doen iets.

Digitaal werkboek De sociaal wetenschappelijke literatuur kent het begrip proxemics. Daarmee duidde de antropoloog Edward Hall op de wijze waarop mensen de sociale ruimte waarnemen. Hij liet zien dat er impliciete maten zijn voor de afstand die mensen tot elkaar innemen, afhankelijk van het soort situatie waarin ze zich bevinden en afhankelijk van de cultuur. De gemeten afstanden kunnen natuurlijk voor iedereen variëren. Waarschijnlijk mat u ongeveer 20cm voor intiem contact, 80cm voor de sociale afstand tussen vrienden,1.

Het lijkt misschien wat absurd om voor deze afstanden expliciete normen en waarden te veronderstellen. Die zijn er dan ook helemaal niet. Wat de norm ongeveer is, is onnadrukkelijk geleerd in sociale interacties.

Dat er een vrij precieze maat kan worden vastgesteld die per samenleving varieert, wil dus nog niet zeggen dat iedereen beseft dat er zo'n maat is. Laat staan dat iemand zich er bewust naar gedraagt. Dit eenvoudige principe maakt duidelijk hoe gemakkelijk er gedacht wordt over wat normen en waarden, codes en regels eigenlijk zijn.

In tegenstelling tot wat veel mensen menen, zijn normen en waarden meestal niet glashelder te benoemen. En ze zijn ook niet de reden dat mensen zich op een kenmerkende manier gedragen. Net als de maat van Hall zijn normen en waarden op z'n best regelmatigheden die we achteraf in het gedrag van mensen kunnen herkennen. Interessant is de middencategorie, waar vaak wordt teruggegrepen op conventioneel gedrag. In deze hoek zitten vaak de beleefdheden. Kritiek op Marokkaanse buurtvaders Op Van Gemerts behandeling van de door hem genoemde cultuurelementen valt trouwens nog wel iets af te dingen.

In zijn verklaring ruimt hij een centrale plaats in voor het grote wantrouwen onder Marokkaanse en vooral Riffijnse migranten. Een 'diepgeworteld wantrouwen' geeft volgens hem vorm aan de relaties die Marokkanen met elkaar en anderen aangaan en aan het gedrag dat daarmee samenhangt. Kinderen worden opgevoed om niemand te vertrouwen, en deze houding is van invloed op de criminaliteit. Van Gemert plaatst dit wantrouwen in een historisch kader door het te koppelen aan een ethos in de Marokkaanse Rif, de bergachtige, moeilijk toegankelijke, dichtbevolkte en in het verleden regelmatig door hongersnood geteisterde en door buitenstaanders bedreigde herkomstregio van veel Marokkaanse migranten in Nederland.

Macht en prestige speelden er een belangrijke rol, list en bedrog waren er aan de orde van de dag. Dat dit ook in Nederland nog het geval is -- Van Gemert spreekt in dit verband van een grote continuïteit en van culturele traagheid -- verklaart hij door erop te wijzen dat zowel vroeger in de Rif als tegenwoordig in de Nederlandse omgeving waar de door hem onderzochte Marokkaanse jongens wonen een 'relatieve schaarste' van economische hulpbronnen heerst.

Als gevolg hiervan volgen de jongens een ieder-voor-zich strategie. Zij streven verbetering van de eigen positie na of pogen in elk geval te voorkomen dat anderen hun positie kunnen verbeteren. Wat is de kern van het betoog van de auteurs? Het probleemgedrag van veel Marokkaanse jongens heeft een hoog Pietje Bel-gehalte.

Het is een leeftijdskwestie, misschien met dit verschil dat de consequenties van het gedrag harder aankomen bij mensen dan het puberale gedrag van andere jongeren. De auteurs wijten die verharding aan een gebrek aan inlevingsvermogen bij de Marokkaanse jongens. Welke ideeën bekritiseren de schrijvers van het artikel? Wat is het probleem niet? Het gaat niet om botsende normen en waarden; het gaat ook niet om gedrag dat een reactie is op stelselmatige discriminatie, religieuze vervolging, criminalisering en achterstelling.

Wat is volgens Pels, Van Gemert en Hofstede nou het eigenlijke probleem met deviante tweede generatie Marokkaanse jongeren in Nederland? Er is voor Marokkaanse jongeren in Nederland geen sociale controle uit de eigen groep, dat wil zeggen het dorp en de familie.

Die controle vormde in Marokko een correctiemechanisme dat in Nederland vervalt. Er komt geen andere vorm van correctie voor in de plaats, dus ook niet het in Nederland dominante schuldbesef. De jongeren leren daarom ook niet voldoende rekening te houden met de consequenties die hun gedrag heeft voor anderen. Schuld en schaamte zijn in feite labels, zegt Shadid.

Het zijn restanten uit een koloniaal vocabulaire. Schuld wordt door velen gezien als iets individueels en verhevens, het hoort bij het ontwikkelde Westen. Vergeleken daarmee heeft schaamte betrekking op de groep en oogt ze primitiever. Wat zijn de hardnekkige patronen in de Marokkaanse opvoedingsstijl die nog herkenbaar zijn bij de immigranten in Nederland? Die horen bij de sociale controle over kinderen, ofschoon die sociale controle zelf --door familie en dorpsgenoten-- niet of nauwelijks functioneert in het gastland.

Wantrouwen in de relaties die mensen aangaan. Bemiddeling en goedpraten van het deviante gedrag van jongeren. Een autoritaire opvoedingsstijl zie ook het radiofragment 6. De auteurs argumenteren dat een vroege signalering en correctie van het gebrek aan inlevingsvermogen wenselijk zijn.

Interessant is dat de auteurs de oplossing niet zoeken in botsende normen en waarden, maar in feitelijk gedrag.

Ofschoon hun argumenten, evenals die van Pels en Hofstede sterk lijken op botsende culturen schuld- vs. Een vraag is wel van wie de gewenste correctie moet komen. De eerste generatie migranten is volgens de meeste aangehaalde wetenschappers zo doortrokken van schaamtepatronen dat uit deze hoek geen heil mag worden verwacht.

Van Gemert spreekt daarin de hoop uit dat latere generaties migranten uit zichzelf al een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van anderen ontwikkelen. Uit alle bronnen wordt duidelijk dat vooral de stagnerende gedragspatronen van de eerste generatie s migranten worden aangewezen als oorzaak van de problemen bij de huidige generatie jongeren. Dat is psychologisch gezien al een vruchtbaarder analyse dan blijven steken bij de constatering alleen dat schaamte en schuld of collectiviteit en individualiteit tegenover elkaar komen te staan.

Een korte geschiedanalyse Niettegenstaande de vergelijkbare verworvenheden in materiele zin, zijn er lokaal opvallende verschillen in de sociale relaties en in hoe men zich t. De modernisering is tot nu toe tamelijk eenzijdig gebleken op het punt van de gedragspatronen die zich in samenspraak met modernisering ontwikkelen. Niet overal is men even ontvankelijk geweest voor de westerse levensstijl, ofschoon er intussen wereldwijd vergelijkbare technische prestaties zijn geleverd.

Dat laatste is mede een gevolg van een wreed en weinig zachtzinnig proces: Nu pas blijkt dat het beschavend optreden van het westen nooit echt georiënteerd was op andere landen en volkeren. Het gebruik van de term ´offensief´ nemen we over van al diegenen die de wijze waarop het Westen zijn levensstijl opdrong weinig zachtzinnig vonden. Tot , toen duidelijk werd dat de westerse wereld zoiets afschuwelijks opleverde als de holocaust, wat men er in het Westen van overtuigd dat dit deel van de wereld iets bijzonders te bieden had.

Nu beseffen we dat beschaving vermoedelijk weinig te maken heeft met wat door een bepaalde groep aan diepgang bedacht is. Beschaving vatten wij hier op als een empirisch begrip, zoals water. Je kunt het maar beter niet definiëren. Ook in dit deel gaat het ons niet alleen om geschiedschrijving. De term ´cultuuranalyse´ komt nog het dichtst in de buurt van wat we willen.

Doordat we een psychologische analyse van cultuur nastreven, en niet zozeer een systematische interpretatie van culturele verworvenheden, is de bestaande term ´cultuuranalyse´ verwarrend.

De veelheid aan ontwikkelingen die mede hebben bijgedragen tot een eigenaardig westers leefgevoel. Het gevoel, dat wij de beste van alle werelden bewonen, dat we anderen ver achter ons laten en dat we anderen dan ook veel te bieden hebben. Er mag in deze tijd dan enige relativering plaatsvinden van deze positie, doordat de confrontatie met andere beschavingen die in hun variant even fundamentele voordelen ervaren een feit is.

De gevolgen zijn aan de orde van de dag. Nederlandse leiders moeten erkennen dat ze er niet goed in geslaagd zijn om niet-westerse nieuwkomers op te nemen. Het westers beschavingsoffensief Onder de westerse wereld verstaan we het rijke, min of meer liberaal-democratische NoordAtlantische gebied met inbegrip van heel het Europese schiereiland. Europa moest eerst door een periode van vrijwel absolute heerschappij heen om pas na de koloniale tijd, grofweg tussen en ten einde kwam, schoorvoetend andere wereldbeelden toelaten.

Rond waren er nog duchtige rivalen: Ming-dynastie in China, rijk van de Mogul in India, en het Ottomaanse rijk. Azië moest Europa voor laten gaan. Zonder dat men zich dit in het Westen ten volle heeft gerealiseerd, wordt er al bijna even langdurig alternatief beschavingsoffensief gevoerd in de islamitische wereld.

De onmiskenbare technologische en economische bloei waar het westen al sinds het begin van de 20e eeuw van profiteerde doet nu ook elders zijn werk. Die ontwikkelingen zijn moeilijk te begrijpen vanuit filosofieën die in het liberaal-democratische gedachtegoed het eindstadium van de geschiedenis zijn.

De voorsprong van het Westen Jared Diamond: Hij accentueert de ecologische omstandigheden die het Westen een ontwikkelingsvoorsprong gaven. Hij verdedigt daarmee een kijk waarin materiele omstandigheden de boventoon voeren. Volgens ons gaat het meer dan ecologie alleen. Die ongebonden denkers en kunstenaars zijn nodig voor inventiviteit en kritiek. Wat we wel overnemen is het idee dat vier ecologische voorwaarden wel degelijk een cruciaal verschil uitmaakten en dat die het Westen een erg gunstige start opleverden.

We beperken ons tot wat de westerse wereld op dit moment als nastrevenswaardig propageert en voorlegt aan de rest van de wereld: Toch blijft ten minste één aspect van vooruitgang onbelicht. De auteurs benadrukken dat vooruitgang van een samenleving of beschaving afhankelijk is van creatieve denkers, kunstenaars, critici, visionairs, etc.

Voor dergelijke personen moet ruimte zijn en niet een klimaat van bijvoorbeeld vervolging en onderdrukking. Diamond heeft wat dat betreft relatief veel oog voor omgevingsinvloeden, en weinig voor wat er zich tussen mensen afspeelt. Sumerië was één van de zes streken waar de productie van voedsel een aanvang nam.

De naamgeving van de huidige westerse beschaving is verre van onbetwist. Sommigen spreken van de joods-christelijke beschaving. Dan worden voor het gemak de Oerze, de Grieken en de Romeinen vergeten. Ook wordt in dat geval geen krediet gegeven aan de Arabisch-islamitische beschavingen.

Ligt horizontaal uitgestrekt over gematigde breedtegraden. Alle anderen verticaal over de arctische graden. Dat betekent dat door de kleine en geleidelijke verschillen in klimaat en daglengte de vroege verspreiding van planten en dieren over het brede gebied van Azië en Europa gunstig en gemakkelijk verliep. De overige drie voorwaarden: Dit bood de voorwaarde tot surplusproductie. Dat surplus kon verhandeld worden, wat de oprichting van bestuurlijke eenheden mogelijk maakte.

Daarbinnen konden leden van bevoorrechte bevolkingsgroepen zich specialiseren in cognitieve taken. Later ruimte voor dichters en denkers en functies als priesters en bewakers van rituelen. De offers waren een vorm van belasting. De organisatie van dat alles was al een vorm van bestuur.

Het domesticeren van planten en het omvormen van dieren tot voedselbron, last- en krijgsdier vormen de tweede en derde voorwaarde voor het westerse succes. Doordat de leden van Euraziatische beschavingen lange tijd over gedomesticeerde dieren beschikten en dus geslachtenlang met de dieren verkeerden, ontwikkelden zij immuniteit tegen ziekten die van dier op mens overgaan, zoals pokken en griep.

Doorgaans was er sprake van een centraal machtscentrum van waaruit kleinere centra zich als een netwerk over het land verspreidden. Zij was echter ook een bron van politieke problemen. Het Europese continent was ook compacter in geografische zin en er was een in verhouding veel dichter netwerk van machtscentra. Wat overal tot stand kwam was een infrastructuur die herkenbare sporen achterliet van steden, verbindingswegen en militaire uitrusting.

We volstaan hier met de vaststelling, dat een aantal elementen onmisbaar is gebleken voor de inrichting van de grote rijken die vanaf van mondiale betekenis hadden kunnen worden: De wereld na Vanaf het moment dat dit spel van overheersing begon, ongeveer na de val van Granada in toen de islam na acht eeuwen verblijf uit West-Europa werd verdreven, gaat de algemene beschavingsgeschiedenis over in een bijzondere.

Als in Europa vanaf de 18e eeuw juist door de industrialisatie een kwalitatieve sprong voorwaarts wordt gemaakt, wordt het economisch contrast met Azie alleen nog maar groter. Dat kreeg formeel zijn beslag in , toen Osman I van het verbrokkelde rijk van de Seltsjoeken de infrastructuur overnamen. De Seltsjoeken waren op hun beurt vanaf de 8e eeuw het Arabische moslimwereldrijk binnengedrongen. Het Ottomaanse rijk, dat zeker door de moslims zelf in het verlengde van het Abbasidische rijk wordt geplaatst, beleefde zijn expansie tussen de 16e en de 18e eeuw.

Zowel de Seltsjoeken als de Ottomanen waren Turkse stammen die al vroeg de islam verkozen. Onder hun heerschappij werd door wetgeleerden de sharia het Islamitische rechtssysteem van de Arabische moslims overgenomen. Door zich vanaf de 11e eeuw te vestigen te midden van allerlei niet-Turkse volkeren, moest dit Ottomaanse rij in spe conflicten aangaan met de Arabische, Perzische en westerse wereld. Hij bleef op de baan, maar had haar daarna niet terug gezien.

Behalve even, in een flits in een groene Opel Ascona, maar helemaal zeker was hij daar niet van. Hij had gezien dat deze auto stopte voor een stoplicht en daarna rechtsaf sloeg. Dat is alles wat hij over die avond kon vertellen. Mischa woonde bij een andere vriend, Hans, een postbode, die tot over zijn oren verliefd op haar was.

Daarnaast had zij nog omgang met Lammert, aan wie zij had verteld dat zij uit het wereldje wilde stappen en wilde stoppen met het druggebruik. Deze Lammert richtte ten tijde van de moord een huis voor hen in. Kortom, een bekend verhaal in deze wereld.

Het leek erop dat Mischa meerdere mannen om haar vinger wond. Een paar dagen na de moord op Fatol vonden vissers in het Winschoterdiep, aan de oostkant van Groningen, een vuilniszak met kleding en een handtas.

De tas en de kleding waren van haar, er ontbraken echter een laars en een jas. In het onderzoek naar de moord in wordt Rien korte tijd als verdachte aangemerkt. Dat gebeurt nadat er een tip was binnengekomen over een poging van hem om juwelen van haar te verkopen. Bovendien blijkt dat hij vanaf de plek waar hij die donderdagavond stond geparkeerd nooit het door hem genoemd stoplicht heeft kunnen zien, waar de Opel Ascona rechtsaf zou zijn geslagen.

Tijdens de verhoren was hij echter blijven ontkennen. En omdat het onderzoek tegen hem niets had opgeleverd, was de verdenking tegen hem komen te vervallen en moest men hem vrijlaten. Aangezien het politieonderzoek ook geen andere verdachte had opgeleverd, werd het onderzoek gestopt en belandde het dossier op de plank. Annelise Reinders werd op 21 januari gevonden. Een schipper had de politie gemeld dat hij in het Eemskanaal, vlak voor Appingedam een lijk had zien drijven.

De politie ging erheen en vond in het water inderdaad het voorover liggende naakte lichaam van een jonge vrouw. Om haar hoofd en hals zat een touw dat, via een ingewikkelde constructie, ook om haar polsen en enkels was gebonden. Haar rug was bedekt met een dikke laag groene algen. Dit betekent dat het lijk al enige tijd in het water moet hebben gelegen. Kleding wordt niet gevonden. Op het politiebureau wordt gekeken welke jonge vrouwen er al enige tijd vermist worden en zo stuit men op de eenendertigjarige Annelise Reinders, een tippelaarster die sinds zondag 11 december vermist is.

Nieuwsblad van het Noorden , 28 januari Haar vriend Harry heeft op 12 december gemeld dat zij de avond ervoor, zo tegen acht uur, naar de baan is gegaan en dat hij haar daarna niet weer heeft gezien. Bij een vermissing adviseert de politie in eerste instantie altijd het een paar dagen aan te kijken, en, indien de persoon zich dan nog niet gemeld heeft, nog eens langs te komen. Dat doet Harry, maar krijgt te horen dat tippelaarsters wel vaker met de noorderzon vertrekken.

Begin januari meldt Harry zich nog een keer, maar krijgt dan ten onrechte te horen dat, omdat hij geen familie is, hij geen aangifte van vermissing kan doen. Harry gaat vervolgens naar een broer en zuster van Annelise en één van hen doet daarna aangifte van vermissing.

Men neemt op grond van het technisch onderzoek aan dat het lichaam van Annelise enige tijd door iets is vastgehouden. De stroming in het Eemskanaal is namelijk zo sterk dat zij intussen op de Noordzee had moeten drijven. Ook deze zaak werd niet opgelost. Door de vondst van de kledingstukken van Fatol en Reinders in de plastic zakken in het Slochterdiep, dicht bij de plaats waar Sasja Schenker is gevonden, ontstaat in het team een opgewonden stemming.

We hebben hoogstwaarschijnlijk niet met één zaak, maar met drie zaken te maken. En die zijn waarschijnlijk door één en dezelfde dader gepleegd. Het is voor Geert Nieuwenhuis in elk geval een reden om mij definitief bij het team te betrekken.

Ik weet veel van de oude zaken af en een psycholoog kan nuttig zijn bij het verhoor van een seriemoordenaar. In het team zetten we eerst de overeenkomsten in de drie zaken op een rijtje: We besloten om ons in eerste instantie alleen op de zaak Schenker te richten.

Nadat we deze zaak opgelost hadden, zouden we de andere zaken erbij betrekken. We begonnen met te kijken wat we over het slachtoffer te weten konden komen. Er werd nagegaan waar Sasja voorafgaande aan haar dood was geweest. Dit leverde het volgende beeld op. Woensdagavond en nacht is zij op de baan aan de Bornholmstraat. Een getuige meldt dat hij haar 's nachts, rond één uur, naar een huis bij de roeibaan in Harkstede heeft gebracht. Hij heeft buiten op haar gewacht en haar daarna teruggebracht naar de baan.

De rest van de nacht heeft zij doorgebracht met andere klanten en drugsdealers. Zij is rond zeven uur Rien op straat tegengekomen en zij maakten een afspraak om later die dag elkaar te treffen op de Irislaan. Rien is daar rond half elf en even later komt Sasja ook. Kort daarna krijgt zij een telefoontje en zij vraagt aan Rien of zij z'n brommer mag lenen. Het gaat, afgaande op wat de aanwezigen Sasja horen zeggen, om een levering van drugs. Een kwartier later komt zij terug.

Rond het middaguur wordt zij opnieuw gebeld en neemt ze zonder te vragen de brommer van Rien mee. Het is de aanwezigen duidelijk dat het om een cliënt gaat. Zij vertrekt, omdat het mooi weer is, zonder jas en helm en is daarna door niemand van de aanwezigen meer gezien. Natuurlijk wordt uitgezocht wie er bij de roeibaan woont. Dat blijkt Willem van E. Er was het één en ander uit het verleden van deze Willem bekend, zoals de moorden uit Ter Aar in en Ook was de naam van Willem in juli genoemd door diverse personeelsleden van de klinieken waar hij tot als TBS-er behandeld was.

De aanleiding was de moord op Antoinette Bont. Het lichaam van Bont was in stukken gesneden. De romp werd in plastic verpakt gevonden in het Winschoterdiep, bij Zuidbroek, de ledematen zaten in een met stenen verzwaarde sporttas die een paar dagen later werd gevonden in het Peizerdiep, vlakbij Peize. Haar hoofd is nooit gevonden. Het team dat deze zaak in onderzocht, heeft toen onderzoek gedaan naar Willem. Zo ontdekten ze dat Willem bij de moorden in en de slachtoffers gruwelijk had verminkt, namelijk door hen na hun dood open te snijden en de darmen eruit te halen.

Bovendien had hij van één van de slachtoffers een borst afgesneden en die naast haar lichaam gegooid. Er was destijds ook nagegaan of Willem wel eens op de baan kwam. Na de moorden op Fatol en Reinders had men een tijdje kentekens geregistreerd. In beide onderzoeken kwam geen auto voor op naam van Willem.

Daarnaast werd aan een politieman, die Willem kende, gevraagd om eens een kijkje bij hem te nemen. Dit leverde geen belastende informatie op. Bekend werd ook dat Willem in mei de Regionale instelling voor ambulante geestelijke gezondheidszorg Riagg in Delfzijl had bezocht. Het Riagg vond echter dat men om privacyredenen geen informatie over Willem kon geven, wel was men bereid te melden dat het niet ging om relatieproblemen de psychiaters hadden gewaarschuwd dat Willem bij relatieproblemen weer gevaarlijk kon worden en dat na diverse gesprekken de problemen waren opgelost.

Er was met hem afgesproken dat hij terug zou komen indien de problemen zich opnieuw zouden voordoen. Er was destijds geen enkele reden om verder onderzoek naar Willem te doen. Het onderzoek werd afgesloten met de conclusie: Het spreekt bijna vanzelf dat Willem wél interessant is voor ons onderzoek.

Nagetrokken wordt naar wie en waar hij de voorafgaande drie maanden heeft gebeld. Via de provider kan de politie daar makkelijk achter komen.

Het blijkt dat hij die woensdagnacht wel vanaf zijn adres Sasja heeft gebeld, maar niet op donderdagmorgen. Dus is hij niet de cliënt die haar die ochtend heeft gebeld. Vervolgens is hij als getuige gehoord. Het wekte in eerste instantie verbazing dat hij met een advocaat kwam. Maar hij had een goede uitleg. Willem woont bij de plaats waar het lichaam van Sasja Schenker is gevonden en hij heeft twee gruwelijke moorden op zijn geweten.

Hij woont ook nog eens vlak bij de plek waar de kleding van de drie slachtoffers is gevonden en hij is een psychopaat. Maar de eerdere delicten lijken qua modus operandi , de manier waarop iemand zijn misdrijven pleegt, niet op die van de moorden op Schenker, Fatol en Reinders. En, heel belangrijk, hij heeft Sasja die donderdag niet gebeld. Mijn conclusie is dat we de verdenking tegen Willem niet hard kunnen maken.

Een deel van het team is het hier niet mee eens, een deel kan hier mee instemmen. Wel blijft Willem, op basis van de eerste twee punten, voor allen een mogelijke verdachte. Het onderzoek naar de moord op Schenker leidt tot een andere kandidaat-verdachte, maar dat onderzoek loopt na technisch onderzoek dood. Dankzij een getuige die een tijd onvindbaar was, wordt duidelijk dat Sasja de dag van de moord om ongeveer half één rechtstreeks vanaf de Irislaan is vertrokken naar het adres van haar stiefbroer, daar een jack en een helm heeft meegekregen en direct is doorgereden.

Het is inmiddels half september en het onderzoek lijkt na twee maand op een dood spoor te zijn beland. Ik ga vier weken met vakantie naar Kreta. Op de zondag voordat ik weer aan het werk ga, word ik gebeld door Johan Stienstra. Hij zegt dat mij morgen een verrassing staat te wachten. Men is naar Ter Aar geweest en daar is naar de oude dossiers van Willem gezocht. De zaken waren al verjaard en men had alles uit die tijd weggegooid, behalve vier dozen waarop stond: Johan had ze al gelezen en ik zou, nadat ik ze gelezen had, ook heel anders over de zaak gaan denken.

Als nuchtere noorderling denk je dan: Toen zij geluiden begon te maken, besefte Willem dat ze nog leefde en heeft hij haar met zijn sjaal opnieuw gewurgd. Hij heeft haar daarna vaginaal en anaal misbruikt. Haar naakte lichaam heeft hij in een sloot gegooid.

Een aantal kledingstukken heeft hij meegenomen en elders weggegooid. Na de moord op Aaltje van der Plaat had hij kleding van zichzelf in een vuilniszak, met gaten erin en verzwaard met beschoeiingsstenen, vlakbij zijn woonboot in het water gegooid.

Dit leek toch verdacht veel op de manier waarop Fatol en Reinders waren omgebracht! Het oppikken van het slachtoffer op straat, het wurgen met de handen, het weggooien van kleding vlak bij zijn woonplek, het gebruik maken van en het verzwaren van vuilniszakken. Behalve het oppikken op straat zaten er ook overeenkomsten in met de zaak van Sasja.

Willem kwam, door de nieuwe informatie over de moord op Cora Mantel, in onze zaken vanaf dat moment direct bovenaan onze verdachtenlijst te staan. De officier van justitie, Tom Wiersma, bestempelde Willem vervolgens officieel als verdachte in de zaak Sasja Schenker. Ik vroeg om overleg met de leiding van het team en Wiersma, omdat ik van mening was dat we Willem niet alleen voor de zaak van Sasja moesten aanklagen, maar ook voor de moorden op Fatol en Reinders.

De verdenking was vooral gebaseerd op het feit dat de modus operandi vrijwel gelijk was en dat er drie pakketjes met kleding vlak bij zijn woonplek in het water waren gevonden. Iedereen was het hiermee eens en konden we beginnen met de voorbereiding van het verhoor. Ik las alles over de oude zaken, en concentreerde me daarbij voornamelijk op de verhoren.

Daartoe werd er ook informatie gevraagd aan de mensen die hem destijds hadden verhoord, om te weten te komen hoe hij zich tijdens een verhoor gedraagt, waar hij goed en waar hij slecht op reageert. Vervolgens las ik alle rapporten die er over de verdachte beschikbaar waren.

Het waren hoofdzakelijk psychiatrische rapporten uit de TBS-klinieken waar Willem had gezeten. Daaruit kwam een ernstig gestoorde persoon naar voren. Willem blijkt jarenlang rondgelopen te hebben met het plan om een vrouw te doden. En dat na de eerste keer de drang om te doden terugkwam. Hij wilde een vrouw eerst gebruiken en dan doden. Dat was het hoogtepunt van de bevrediging.

Als reden waarom hij het lichaam van Aaltje van der Plaat had opengesneden, had Willem gezegd dat hij daar al tijden van had gedroomd. Dat waren altijd heerlijke dromen. Elke avond hoopte hij dat hij die nacht weer die droom, die altijd een nat einde had, zou krijgen. In dergelijke rapporten wordt altijd een beeld geschetst van het gezin waaruit de verdachte komt en van het verloop van zijn leven tot dan toe. Willem is opgegroeid in een plassengebied in het polderland en komt uit een familie van jagers en vissers.

Men duldde daar geen gezag van anderen en hing sterk aan de eigen levensstijl. Willem mocht graag anderen de schuld geven. Het was dus ook de schuld van de juf dat hij vier jaar over de eerste klas van de lagere school had gedaan. Zij trok de kinderen van de boeren voor.

Daarna was Willem naar het speciaal basisonderwijs gegaan en dat tot zijn veertiende volgehouden. Lezen en schrijven had hij nooit geleerd. Daarna las ik alles wat er bekend was van de periode na zijn vrijlating.

Zo presenteert Willem zich als fysiotherapeut aan jonge dames en was het hem een aantal keren gelukt deze vrouwen grotendeels uit de kleren te krijgen en te masseren.

Daarnaast is hij een fervent palingvisser, waarbij hij fuiken gebruikt. Hij is zijn rijbewijs kwijt geraakt omdat hij te vaak onder invloed heeft gereden. Willem en zijn vrouw zijn inmiddels gescheiden en zijn vrouw woont al minstens een jaar niet meer bij hem. Ook kwam er nieuwe informatie binnen nadat Willem van E. Na zijn arrestatie werden bij een huiszoeking videobanden met seksfilms, waaronder drie SM-films, aangetroffen.

Eén ervan begon met een scène waarbij er bij een man het scrotum wordt afgebonden en er naalden in zijn ballen worden gestoken. Aan de videoband was te zien dat deze op die plaats vaak was stilgezet, dus dat deze scène vaak was bekeken. Opvallend genoeg was er een verklaring van een 'omgebouwde' man, waarin zij beweerde bij Willem gedaan te hebben wat in deze scène wordt getoond.

De vondst van de video leidde tot een onderzoek in de wereld van de SM. Er werd een meesteres in Groningen bezocht die een foto te zien kreeg van het touw waarmee Annelise Reinders was vastgebonden. Zij vertelde dat de wijze waarop het touw was geknoopt vaak gebruikt wordt in het SM-gebeuren. Deze knoop zorgt ervoor dat de vastgebonden slaaf, die zich tegen de behandeling verzet, het touw steeds strakker om de hals krijgt. Dit soort informatie zorgde binnen het team voor voldoende gespreksstof voor een hele dag.

Politiemensen zijn niet wereldvreemd, maar de werkelijkheid blijkt vaak gekker dan in je stoutste dromen kunt voorstellen. Op basis van deze gegevens moest ik beslissen hoe we deze verdachte het beste konden benaderen.

Belangrijk daarbij is vooral wie geschikt is om zo'n aparte verdachte, een psychopaat, te horen. Op mijn wensenlijstje stonden de eigenschappen waaraan de verhoorders moesten voldoen. De verhoorders zelf mogen niet groter zijn dan Willem. De reden hiervoor was dat Willem gevoelig is voor autoriteit en een langere persoon doet, voor zijn gevoel, uit de hoogte. Het moeten mannen zijn. Omdat het motief seksueel geaard is, mag je er vanuit gaan dat de verdachte vrouwen niet als gelijkwaardig beschouwt.

De verhoorders moeten in gedrag en uiterlijk zich presenteren als gewone mensen, zich niet superieur opstellen. Ze moeten ook van de natuur houden, niet overdreven, maar ze moeten een binding hebben met het leven op het platteland, zoals de slacht.

Met dat laatste toon je macht over de natuur. Een goed inzicht in de visserij, vooral de illegale palingvisserij, is ook wenselijk. Daarnaast moeten het ervaren verhoorders zijn met een natuurlijke manier van optreden. Verhoorduo Tot mijn verbazing lukte het om twee mensen Willem en John te vinden, die aan alle criteria voldeden. Met name de lengte en het palingfuiken baarden mij zorgen, want Willem van E. Willem zou het verhoor leiden en John zou aanvullen en, waar nodig, laten blijken dat hij alles van vissen wist.

Er was geen rolverdeling zoals men vaak op de televisie ziet, namelijk die van 'good and bad cop', Willem was hier de 'good cop' en John de 'better cop'. Naast de twee verhoorders werd er ook een schaduwkoppel gevormd, dit waren Janneke en Jan gefingeerde naam. Zij voldeden niet aan mijn eisen, maar zouden slechts ingezet worden indien de gekozen strategie niet werkte.

Tijdens de verhoren hielden zij bij welke onderwerpen waren behandeld en zochten informatie die het verhoorkoppel tijdens het verhoor bleek nodig te hebben, maar die op dat moment niet paraat was. Met deze vier mensen bereidde ik het verhoor voor. Dat gebeurt op een manier zoals rechercheurs tijdens hun opleiding wordt bijgebracht.

Men leert daar om met een 'Standaard Verhoor Plan', dat ook in de zaak Anne de Ruyter de Wildt is gebruikt, te werken. De bedoeling hiervan is dat je begint met een 'praatje pot', dat is praten over alledaagse onderwerpen met de bedoeling de verdachte op zijn gemak te stellen en te zien hoe hij zich onder deze omstandigheden gedraagt.

In het tweede gedeelte stel je de verdachte vragen over hoe hij zich gewoonlijk gedraagt en over zaakgerelateerde vragen, zoals wat hij bijvoorbeeld op de dag van het misdrijf heeft gedaan. De bedoeling hiervan is om erachter te komen wat zijn normale gedrag is. Hij kan dan in het derde deel van het verhoor geconfronteerd worden met de feiten die tegen hem spreken en zich er niet met smoezen proberen uit te kletsen.

Er viel nogal wat met Willem te bespreken, het ging tenslotte over drie zaken. Uiteindelijk hadden we een vragenlijst met vijftienhonderd vragen. Het laatste gedeelte in de voorbereiding van een verhoor bestaat uit het bespreken van de strategie en de benadering van de verdachte. Een psychopaat als Willem kan zich niet inleven in het leed van een ander en heeft geen geweten.

Bovendien is hij erg gevoelig voor kritiek. Ik legde de verhoorders uit dat het geen zin heeft om over het leed van de nabestaanden te praten, en ook niet een beroep op zijn geweten te doen of om over geloof te praten. Hij moest wel op een positieve manier worden benaderd. Willem is, net als veel andere psychopaten, een klagerig type.

De natuurlijke houding van politiemensen is om daar vooral niet op in te gaan. Zij gaan er vanuit dat zij de baas zijn, en bepalen hoe het er toe gaat, is de dan vaak gehoorde redenering. Bij Willem moet men juist wel op zijn geklaag ingaan, daardoor wek je vertrouwen bij hem. Hij kan dan denken: Maar het belangrijkste was: Willem maakte zich zorgen wat er met zijn beesten zou gebeuren en hij trok zich vooral het lot van de varkens aan.

Deze mochten vanwege de varkenspest niet worden vervoerd en er was niemand die hen zou kunnen voeren. Dat probleem kreeg van ons hoge prioriteit en toen wij hem vertelden dat zijn hangbuikzwijnen onderdak hadden gekregen in een opvangcentrum voor varkens, was Willem ons zeer dankbaar. En dat betaalde uit. Voor zijn arrestatie op 12 november werden op het politiebureau van Stadskanaal drie kamers ingericht om het verhoor af te nemen. De belangrijkste kamer is natuurlijk de kamer waarin Willem verhoord zou worden, met drie camera's op hem gericht, opdat al zijn bewegingen in beeld worden gebracht.

Daarnaast is er een regiekamer voor het schaduwkoppel en mijzelf. Het verhoor wordt op video opgenomen en het schaduwkoppel volgt het verhoor met als doel het verhoorkoppel te kunnen ondersteunen. Bovendien leggen zij de bijzonderheden van de gang van zaken in de verhoorkamer vast, maar ook hoe laat het verhoor begon, van wanneer tot wanneer het verhoor werd onderbroken voor een sanitaire stop, wie er op bezoek kwamen in de regiekamer, en dergelijke. Mijn taak was het verhoor op een beeldscherm te volgen, te kijken hoe de verdachte reageert op vragen en vooral te letten op zijn lichaamstaal en op basis van mijn waarnemingen te bepalen hoe het verhoor verder moest verlopen.

Daarnaast kon ik via de computer chatten met de verhoorders. In de derde ruimte, de advocatenkamer, stonden een bureau, een stoel en een tv. Daarnaast zaten in een kantoorruimte Henk Heling, als plaatsvervangend tactisch coördinator, en Johan Stienstra om hand- en spandiensten te verlenen. Zeker in het begin van een verhoor moeten er allerlei zaken geregeld worden. Als de verdachte kiest voor een bepaalde advocaat of reclasseringsambtenaar dan moet er iemand zijn die daarmee contact opneemt.

Ook moeten er maaltijden, koffie, thee en vervoer van en naar het huis van bewaring worden geregeld. Daarnaast kan er tijdens het verhoor nieuwe informatie, die onderzocht moet worden door tactische rechercheurs, komen. Die moeten daar een opdracht voor krijgen en inhoudelijk op de hoogte worden gesteld van het doel van het onderzoek.

Het regelen van dit soort zaken behoorde tot de taken van Henk en Johan. Henk moest daarnaast de papierwinkel bijhouden. Als een verdachte bijvoorbeeld wil meewerken aan een DNA-onderzoek, brengt dat heel wat papierwerk met zich mee.

Hij moet eerst tekenen dat hij ermee instemt, dan komt een technisch rechercheur die wangslijmvlies komt afnemen. Die is verplicht een aantal papieren aan de verdachte uit te reiken en hij moet zelf ook de nodige papieren invullen ten bewijze van het correcte verloop van de procedures.

Midden op de luchtfoto: Zo ging de morgen voornamelijk verloren aan de bureaucratische rompslomp van een aanhouding. Pas 's middags kon er met Willem gepraat worden en de verhoorders beperkten zich tot een babbeltje.

Toch verried Willem zich die eerste dag. Aan het begin van de avond begon men over zijn hobby's en vanzelfsprekend kwam het vissen op paling aan de orde.



..



Stoute oma s gangbang maandag


Dit dagblad verscheen iedere woensdag en de advertentie moest zij wekelijks op maandag voor Verdachte zei tegen aangeefster dat een deel van het wekelijks af te lossen geld ook diende als beschermingsgeld. Nadat de auto was afbetaald, zei verdachte tegen haar dat zij wekelijks beschermingsgeld moest blijven betalen. Aangeefster moest ook geld overmaken op de rekening van verdachte.

Verdachte bepaalde haar uurtarief en haar werktijden. Iedere woensdag kwam verdachte langs om het geld te innen. Nadat hij dit geld van aangeefster ontvangen had, ging hij in zijn auto voor haar woning zitten. Aangeefster moest van verdachte het balkonlicht aan doen als ze een klant had, en moest dit licht weer uitdoen als de klant vertrokken was. Aangeefster werkte iedere avond van Als er zich na Verdachte kwam ooit samen met een Duitse vrouw, genaamd [naam], naar haar woning.

Verdachte kwam toen geld ophalen. Aangeefster moest ook goederen van verdachte kopen, zoals zijn interieur. In juli heeft aangeefster een bedrag van fl.

Een maand later stond verdachte echter voor haar deur. Hij zei dat ze weer in de prostitutie moest gaan werken. Als ze dat niet deed, zou verdachte een pistool op haar hoofd zetten of zou hij haar zoon of familie iets aandoen.

Verdachte kwam iedere week langs om geld te halen. Verdachte belde haar op de raarste tijden op, zelfs midden in de nacht. Ook stopte hij een briefje in haar brievenbus toen zij niet thuis was, omdat hij wilde weten waar zij was.

Verdachte vertelde haar dat hij iemand voor haar deur had staan om haar in de gaten te houden. Verdachte zei haar ook dat zij hem fl. Getuige [getuige8] heeft verklaard verdachte in te hebben leren kennen. Verdachte heeft tegen haar gezegd dat hij prostituees had.

Zij is ooit samen met verdachte naar een vrouw met een donkere huidskleur is geweest. Verdachte maakte toespelingen dat die vrouw in de prostitutie werkte. Aangeefster had haar verteld dat ze van verdachte de hoer moest spelen. Getuige zag dat aangeefster korte rokjes en hoge hakken ging dragen. Aangeefster vertelde haar ook verteld dat zij geld aan verdachte moest betalen en dat dit beschermingsgeld was. In die tijd werkte aangeefster daar ook. Hij was toen door een medewerkster van de winkel benaderd, die hem vertelde dat zij een advertentie had gezien, waarin [slachtoffer4] zich aanbood als escortdame.

Op bankafschriften van verdachte betreffende de periode juni en juli staan stortingen van aangeefster vermeld, met als omschrijvingen bankstel en klok. Daarnaast staan op het bankschrift uit de periode nog vijf stortingen vermeld die gedaan zijn door aangeefster en ook op het bankafschrift uit de periode staan nog andere stortingen door aangeefster genoemd.

Desgevraagd heeft verdachte ter terechtzitting van 7 maart ook voor deze stortingen geen verklaring willen of kunnen geven. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van aangeefster [slachtoffer4] in voldoende mate steun vindt in de overige, hierboven genoemde bewijsmiddelen.

De rechtbank ziet dan ook geen enkele reden om aan de verklaring van [slachtoffer4] te twijfelen. De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de verklaring van aangeefster [slachtoffer4] en de verklaring van [slachtoffer3], [slachtoffer1] en [naam]. Verdachte heeft het feit ontkend en de raadsman heeft vrijspraak bepleit wegens gebrek aan voldoende bewijs. Als het niet ging zoals hij wilde, dan deed hij zijn handen om haar keel en drukte hij door totdat zij geen lucht meer kreeg.

Op zulke momenten zat verdachte dan bovenop [slachtoffer4] en klemde hij haar, met haar handen langs haar lichaam, vast tussen zijn benen, zodat zij haar handen niet of nauwelijks kon gebruiken. Verdachte ontkent een seksuele relatie met [slachtoffer4] te hebben gehad. Voorts zijn er geen andere wettige bewijsmiddelen waaruit op enigerlei wijze blijkt van het gedwongen seksuele contact tussen [slachtoffer4] en verdachte.

De verklaringen van [slachtoffer1], [slachtoffer3] en A. Om die reden spreekt de rechtbank verdachte dan ook vrij van de verkrachting van [slachtoffer4] als ten laste gelegd onder 6. Voor de vaststaande feiten ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde, wordt verwezen naar hetgeen als zodanig is vastgesteld in het kader van de feiten 1 en 3. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de door haar genoemde bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 1, 3 en 5 blijkt dat verdachte grote hoeveelheden chartaal geld en goederen heeft vergaard waarvan hij wist dat het afkomstig was uit de mensenhandel.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat, nu hij eerder reeds heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van mensenhandel, ook voor dit feit vrijspraak dient te volgen.

Bovendien blijkt niet dat verdachte op enigerlei wijze na de periode [slachtoffer4] over grote in het criminele circuit verkregen geldbedragen heeft beschikt, aangezien verdachte in en een betalingsregeling had vanwege een huurachterstand, aldus de raadsman.

Uit het voorgaande is gebleken dat de rechtbank tot een bewezen verklaring is gekomen voor wat betreft de ten laste gelegde uitbuiting van [slachtoffer1] in periode van. Nu de laatstgenoemde periode buiten de periode van de tenlastelegging valt ter zake van het schuld witwassen laat de rechtbank deze periode verder buiten beschouwing.

Met de bewezenverklaring van voornoemde uitbuiting van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] is eveneens bewezen dat verdachte zich gedurende een periode van - in totaal - meer dan anderhalf jaar een deel van de opbrengsten uit de gedwongen prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer1] en [slachtoffer2] heeft toegeëigend. Verdachte heeft deze opbrengsten aangewend voor goederen voor zichzelf.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte derhalve handelingen verricht die er op waren gericht om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen. Dit maakt dat de rechtbank tot het oordeel komt dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich in de periode van 1 juli tot en met 31 december schuldig heeft gemaakt aan witwassen van grote hoeveelheden chartaal geld waarvan hij wist dat die afkomstig waren uit een misdrijf.

Voor zover de tenlastelegging ziet op tijdstippen buiten deze periode zal de rechtbank verdachte daarvan, bij gebrek aan wettig bewijs, vrijspreken. Voor zover de raadsman van verdachte heeft beoogd te betogen dat verdachte niet over grote geldbedragen heeft beschikt, aangezien hij in en een huurachterstand had, wordt dit door de rechtbank niet gevolgd. Het enkele feit dat verdachte zijn huur kennelijk niet betaalde, doet er naar het oordeel van de rechtbank niet aan af dat bewezen kan worden geacht dat verdachte van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] contant geld heeft verkregen en voor eigen doeleinden kennelijk andere dan zijn huur heeft aangewend.

Verdachte ontving in de periode van 27 januari tot 1 februari een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand. Verdachte heeft in die periode inkomstenformulieren ingevuld en ondertekend. Op de inkomstenformulieren staat vermeld dat deze naar waarheid dienen te worden ingevuld. In de periode van 16 december tot en met 24 augustus heeft verdachte inkomsten genoten uit pensioenfondsen.

In de periode van 19 mei tot en met 6 augustus heeft verdachte op verschillende tijdstippen geldbedragen ontvangen van de belastingdienst. Voorts heeft verdachte in de periode van 2 december tot en met 20 januari meerdere keren geldbedragen ontvangen van mevrouw [slachtoffer5].

Verdachte heeft deze inkomsten niet gemeld op het maandelijkse inkomstenformulier van de gemeente Millingen aan de Rijn. De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de feitelijkheden die beschreven zijn achter het laatste gedachtestreepje.

Verdachte heeft ontkend dat hij een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd met D. Voor wat betreft de gelden die hij heeft ontvangen van pensioenfondsen en de belastingdienst heeft verdachte verklaard dat hij in de veronderstelling verkeerde dat deze diensten dit eigenhandig zouden doorgeven aan de uitkerende instantie.

De bedragen die verdachte heeft ontvangen van [slachtoffer5], was verdachte voornemens terug te betalen. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van de feitelijkheden zoals vermeld achter het laatste gedachtestreepje, zodat de rechtbank verdachte vrij zal spreken van dit onderdeel. De rechtbank verwerpt de stelling van verdachte met betrekking tot de door hem ontvangen gelden van de pensioenfondsen en de belastingdienst.

Op de inkomstenformulieren die verdachte maandelijks invulde, staat als vraag 7 expliciet genoemd of verdachte nog overige inkomsten heeft ontvangen. Verdachte heeft deze vraag telkens met nee beantwoord. De rechtbank verwerpt voorts het verweer van verdachte dat hij de gelden die hij van [slachtoffer5] had ontvangen, aan haar terug wilde betalen. Voor zover dit al het geval zou zijn, ontslaat de wens van toekomstige terugbetaling verdachte immers niet van zijn verplichting om de ontvangen gelden op het uitkeringsformulier te vermelden.

Met betrekking tot de stelling van verdachte dat hij geen gezamenlijk huishouden heeft gevoerd met D. Op grond van deze verklaringen acht de rechtbank bewezen dat verdachte heeft samengewoond met [slachtoffer1]. Verdachte heeft, met uitzondering van de periode van. Ten aanzien van de inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden, overweegt de rechtbank dat [slachtoffer1] heeft verklaard dat zij vanaf de zomer van door verdachte gedwongen werd om in de prostitutie te werken. Dit duurde tot 5 november , het moment waarop er een mail aan [slachtoffer1] of verdachte werd verzonden, waarin gedreigd werd de gemeente Millingen bekend te maken met de prostitutiewerkzaamheden.

Verdachte zei naar aanleiding van deze mail dat [slachtoffer1] moest stoppen met de prostitutiewerkzaamheden. Zij was ook wel eens samen met [slachtoffer2] geweest. Zij moest het geld aan verdachte afgeven. Soms ging ze alleen naar een klant en soms samen met [slachtoffer1].

Verdachte heeft deze inkomsten niet gemeld op de inkomstenformulieren. Op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte inkomsten heeft genoten uit prostitutiewerkzaamheden, in de periode van 1 juni tot 5 november , en voorts dat hij wist dat hij deze inkomsten op moest geven. In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl dit feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd.

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. In dit kader heeft zij de aard en de duur van de feiten meegewogen, het feit dat sprake is van samenloop, de gevolgen voor de vier slachtoffers, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de justitiële documentatie betreffende verdachte, de rapportages die in het kader van de strafprocedure ten aanzien van verdachte zijn opgemaakt door respectievelijk de reclassering, psycholoog, psychiater en milieuonderzoeker en het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Voorts heeft de officier van justitie gewezen op het vonnis van de rechtbank Utrecht, zitting houdende te Almelo op 11 juli LJN: Bovendien, zo heeft de officier van justitie opgemerkt, spelen in de onderhavige zaak naast drie feiten mensenhandel ook nog drie verkrachtingen, waarvoor conform de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren een gevangenisstraf van minimaal 24 maanden per feit geldt. De raadsman van verdachte heeft betoogd dat, indien de rechtbank de verweren van de verdediging volgt, een gevangenisstraf korter dan de duur van de voorlopige hechtenis passend is.

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van mensenhandel is in zijn optiek een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden per feit passend. De raadsman heeft betoogd dat de rechtbank bij het bepalen van de strafzaak redelijkerwijs aansluiting moet zoeken bij de maatstaven in de Sneep I-zaak en niet bij de richtlijnen van het openbaar ministerie.

Omdat het in de onderhavige zaak niet om excessief geweld gaat, een georganiseerd verband of medeplegen, zou dit vonnis — dat eveneens betrekking heeft op een hoofdverdachte — als bovengrens moeten gelden.

Verder heeft de raadsman ten aanzien van de triple rapportage opgemerkt dat het feit dat geen conclusie kan worden gegeven over de aanwezigheid van een stoornis bij verdachte omdat verdachte te weinig inzicht heeft gegeven in zijn psychisch functioneren, volgens de psychiater nauw samenhangt met een gebrek aan mentaliserend vermogen. Naar de mening van de raadsman is dus sprake van onvermogen aan de zijde van verdachte en mag het uitblijven van een conclusie bij een eventuele strafoplegging niet aan verdachte worden tegengeworpen.

Geurkink, psycholoog en E. Verwoerd, forensisch milieuonderzoeker, betreffende verdachte van 2 maart ;. Verbruggen, betreffende verdachte van 29 juni Verdachte heeft meerdere vrouwen op uitermate beschamende en nietsontziende wijze uitgebuit door ze onder meer te dwingen tot prostitutie en heeft zichzelf met de opbrengsten daaruit bevoordeeld, waarmee hij zich tevens schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Uit de stukken blijkt dat verdachte de vrouwen vernederde en ook dreigementen heeft geuit om hen onder druk te zetten. Eén van de vrouwen, [slachtoffer1], is zelfs verschillende malen door verdachte mishandeld.

Verdachte heeft met zijn respectloze handelswijze een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de vrouwen. Hij heeft, in totaal, gedurende enkele jaren ernstig misbruik gemaakt van het uit de feitelijke omstandigheden voortvloeiende overwicht en de omstandigheden waarin de vrouwen zich bevonden en dit alles voor slechts zijn eigen gewin. De gebeurtenissen hebben een grote psychische impact op de vrouwen gehad en rechtbank rekent verdachte deze feiten zeer zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte opzettelijk nagelaten de sociale dienst informatie te verstrekken en de sociale dienst ook bewust onjuiste informatie verstrekt over zaken waarvan hij wist dat die van belang zijn voor de hoogte van zijn uitkering.

Ook dit acht de rechtbank kwalijk, nu het stelsel van sociale zekerheid in het leven is geroepen voor personen die daar noodzake-lijkerwijs gebruik van moeten maken en het verdachte kennelijk niet interesseert dat hij met zijn handelswijze de gemeenschap voor een aanzienlijk geldbedrag heeft benadeeld.

Daarbij komt nog dat verdachte al eerder, hoewel enige tijd geleden namelijk eind , veroordeeld is ter zake van bijstandsfraude. Gelet op de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten is de rechtbank van oordeel dat geen andere straf in aanmerking komt dan een forse gevangenisstraf. De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist is, omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie.

Een straf als voorgesteld door de raadsman - hetgeen feitelijk neerkomt op anderhalf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf - doet naar het oordeel van de rechtbank volstrekt geen recht aan de door verdachte gepleegde feiten.

Temeer nu de raadsman bij het bepalen van de strafmaat slechts lijkt te hebben gekeken naar de bewezenverklaarde mensenhandel en in de visie van de rechtbank ten aanzien daarvan al een te lage maatstaf aanlegt, gelet op de afdoening van soortgelijke zaken zoals die na de zogenaamde Sneep-I zaak plaatsvindt. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden.

De beoordeling van de civiele vordering en , alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partijen D. Ter terechtzitting is door de raadslieden van respectievelijk [slachtoffer1], [slachtoffer3] en [slachtoffer4] opgemerkt dat geen sprake kan zijn van verjaring van de vorderingen. Daartoe hebben zij aangevoerd dat het heersende jurisprudentie is - waarbij is verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 23 oktober LJN: ZC - dat voor het vaststellen van het tijdstip waarop een vordering door een benadeelde partij moet worden ingediend, bepalend is het moment waarop de betreffende persoon daartoe psychisch in staat is.

Voor [slachtoffer1], [slachtoffer3] en [slachtoffer4] zou dit het moment zijn waarop de strafzaak tegen verdachte aanhangig is gemaakt. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer1] gedeeltelijk dient te worden toegewezen, namelijk een bedrag van.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer3] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze toegewezen dient te worden tot een bedrag van. De officier van justitie heeft de rechtbank voor de toe te wijzen bedragen verzocht een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Primair heeft de raadsman van verdachte zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [slachtoffer1], [slachtoffer3] en [slachtoffer4] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, nu verdachte naar de mening van de raadsman moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde delicten die de grondslag vormen van deze vorderingen.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de vordering wegens verjaring niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat artikel 3: In dat kader heeft hij erop gewezen dat [slachtoffer3] en [slachtoffer4] in respectievelijk april en oktober hun vorderingen hebben ingediend, zonder de verjaring te stuiten op de wijze als bedoeld in artikel 3: Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard omdat zij een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren aangezien zij onvoldoende zijn onderbouwd.

Temeer omdat de vrouwen, blijkens hun medische documentatie, reeds eerder met traumatische ervaringen te maken hebben gehad. De rechtbank stelt voorop dat de stelling van de raadsman van verdachte, dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard omdat sprake is van verjaring, niet door de rechtbank wordt gevolgd. De rechtbank overweegt dat namens de benadeelde partijen is gesteld, en door de verdediging niet uitdrukkelijk is weersproken, dat zij door het psychisch lijden - veroorzaakt door het handelen van verdachte - niet eerder in staat waren een vordering is te dienen.

De rechtbank acht zulks gelet op de aard van de bewezen verklaarde delicten, te weten de uitbuiting van [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en de uitbuiting en mishandeling van [slachtoffer1], en de verklaringen van de benadeelde partijen over de psychische impact daarvan, ook niet onaannemelijk. De rechtbank is van oordeel dat indien is gebleken dat een benadeelde partij een vordering niet geldend heeft kunnen maken door omstandigheden die te wijten zijn aan de debiteur, in dit geval verdachte, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn in het kader van de verjaring vast te houden aan het in artikel 3: Naar het oordeel van de rechtbank moet er vanuit worden gegaan dat de voor de verjaring gestelde termijn voor de benadeelde partijen is aangevangen op het moment dat zij aangifte tegen verdachte hebben gedaan, nu zij psychisch niet in staat konden worden geacht hun vorderingsrecht tegen verdachte eerder te doen gelden.

De rechtbank overweegt dat slechts de schade die rechtstreeks voortvloeit uit de bewezenverklaring in het kader van deze strafrechtelijke procedure in aanmerking komt voor vergoeding. Dit betekent dat de vordering van [slachtoffer1], voor zover deze ziet op haar spaargeld, brommobiel, laptop, andere goederen en bedragen anders dan spaargeld of inkomsten uit de prostitutie , niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

In zoverre treft het primaire verweer van de raadsman van verdachte dan ook doel. Voor zover de vordering van [slachtoffer1] ziet op een hoger bedrag aan schade door gederfde inkomsten zal deze door de rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard. Met de gegeneraliseerde gegevens van de kwantitatieve methode kun je geen uitspraken meer doen over de motieven of kenmerken van de individuele personen.

Het complexe verschijnsel wordt bewerkt tot een goed gedefinieerd begrip dat met schalen gemeten kan worden. Hierin schuilt echter een gevaarlijke cirkelredenering. Niet het complexe verschijnsel maar het begrip wordt uitgangspunt van het onderzoek gemaakt.

Verklaringen van verhalen In zijn proefschrift schrijft Gerben Westerhof over de onjuiste aanname dat mensen bij het vragen naar een mening over een aantal uitspraken ook daadwerkelijk een mening daarover hebben.

Soms denken mensen pas voor het eerst over iets na waneer het hun in de enquête gevraagd wordt. De kans is dan groot dat het gegeven antwoord niet zoveel te maken heeft met iemands werkelijke dagelijkse motieven en praktijken. De competentie om te antwoorden is immers afhankelijk van hoe vertrouwd je met het onderwerp bent. Deze competentie om te antwoorden is geen individuele eigenschap, maar een sociale verworvenheid. Het verwoorden van opvattingen is iets dat je leert.

Maar er bestaat ook een verhouding met de ons omringende wereld van mensen en gebeurtenissen die van een directe en ongereflecteerde betrokkenheid getuigt. Bourdieu noemt die vorm van betrokkenheid ethos: Ethos sluit meer aan op praktijken.

Ethos gaat over de directe ervaring, over het perspectief in de eerste persoon. Geen twee soorten wetenschap Aanvankelijk werd aangenomen dat je bij de bestudering van de innerlijke wereld van mensen gewoon te werk kunt gaan zoals in de natuurkunde. Duidelijk werd echter dat ervaringen niet in stukken kunnen worden geknipt. Dat maakte ook meteen duidelijk dat het gebruikelijke procédé in de natuurkunde niet werkte.

Aanvankelijk leidde die vaststelling tot de overtuiging dat daarom een nieuw soort wetenschap nodig was, de geestes- of menswetenschap. Maar in de box: Het gaat om de werkwijze, om het verzinnen van oplossingen voor problemen en het toetsen van een mogelijke procedure om de zaak zodanig uit te zoeken dat je er iets aan kunt doen. Zo gaat het ook bij het onderzoek naar de menselijke ervaring. Daar is geen aparte wetenschap voor nodig, ook al is kwantificeren niet altijd mogelijk.

Van oudsher is de antropologie altijd in ethos geïnteresseerd geweest. Participerende observatie is dan het geëigende middel. Maar hoe analyseer je die? De standaardanalyse bestaat uit het opstellen van een lijst met gecategoriseerde hoofdthema´s, die wordt afgeleid uit de interviews of antwoorden.

Aan de hand van die categorieën kunnen antwoorden geclusterd en geordend worden. Tussen die verschillende categorieën worden vervolgens verbanden gezocht.

Van ervaringen wordt niet alleen rekenschap afgelegd in het gesprek dat mensen in een interview met de onderzoeker voeren, maar ze krijgen ook hun beslag in de verhalen die mensen onderling vertellen en in de gesprekken die ze onderling voeren. Theodore Sarbin een van de eersten die dat deed Er ontstaat een soort ´vertelpsychologie´. Vanzelfsprekend zijn bij die constructies de zaken betrokken die samen het cultuurpsychologisch perspectief uitmaken: De techniek die voor de analyse van gesprekken het meest passen is, werd bedacht door Harvey Sacks.

Hij wordt vaak in verband gebracht met Harold Garfinkel die de etnomethodologie heeft bedacht. De kern hiervan betreft de vraag hoe mensen spontaan rekenschap afleggen van hun handelwijze in b. Meestal gaat het dan om de uitleg van het eigen optreden.

Sacks was echter meer geïnteresseerd in de structuur van het gesprek. Een en ander resulteerde in technieken om gesprekken te analyseren onder het opzicht van de beurt nemen, de volgorde van spreken, anderen al dan niet aan het woord laten, accenten leggen in een uitspraak, tussenbeide komen, corrigeren, pauzeren, stem verheffen en tal van andere expressieve en inhoudelijke bijzonderheden.

Sacks noemde dit conservatieanalyse. Taal en werkelijkheid Hierboven kwam al ter sprake welke bezwaren er kleven aan onderzoek naar meningen, waarden, attitudes enz. Dat heeft geleid tot technieken die aan enkele vanzelfsprekende beginselen tornen: Dat wordt vervolgens tot voorwerp van onderzoek gemaakt. Het belang van discour als eerste onderstreept door Michael Foucault. Zijn positie heeft velen ertoe gebracht om vooral te letten op hoe de werkelijkheid mede gemaakt wordt in gepraat en geschrijf.

Worden voor allerlei doeleinden onderworpen aan interviews, of een gesprek te voeren met de onderzoeker. De wijze waarop dit gebeurt, wijkt niet af van interviews en gesprekken in individuele gevallen. Maar bij gevoelige onderwerpen krijg je zo wel extra informatie over de wijze waarop het gesprek wordt gevoerd. Dat maakt het mogelijk om conversatieanalytische thema´s bij het onderzoek te betrekken.

De sociale kaders van emotie en gevoel Lange tijd zijn emoties gezien als verstoorders van het verstandelijke proces. Dit is voor een deel waar. Dit beeld van emoties veranderde toen er inzicht kwam in de rol van gevoelens. Het gaat om twee verschijningsvormen van het aangedaan zijn door een gebeurtenis. Aan de ene kant zien we bij iemand die verdrietig is duidelijke lichaamstoestanden die verraden dat er werkelijk iets gaande is.

Dat zijn reacties die door emoties in gang zijn gezet. Hiertoe behoren ook lichamelijke reacties als een versnelde hartslag, een vlottere doorbloeding van de huid en een verharding van de gelaatstrekken. In de emotie wordt onmiddellijk en zonder tussenkomst van een bewust beslissingsproces geregistreerd of een gebeurtenis voordelig is of dat ze een bedreiging vormt.

Deze automatische taxatie of inschatting is een van de belangrijkste functies van emoties. Gevoel is dus de mentale inhoud van emoties; het stemt overeen met emoties en doortrekt het hele lichaam. In de ogen van Damasio hebben emoties een soort mentale tegenhanger in gevoelens. Gevoelens zijn even lichamelijk als emoties maar tegelijkertijd ook ideationeel: Hij vond neurologische evidentie voor het idee dat gevoelens verbonden zijn aan neurale afbeeldingen van de toestand van het lichaam.

Een beetje slordiger gezegd zijn gevoelens gedachte emoties. Op zich is het niet verwonderlijk dat op basis van het functionele lichaam I al heel veel geregeld is dat pas nadien ten volle wordt beseft. Het taxeren van een situatie gebeurt vaak geheel buiten ons om op een uiterst functionele wijze. Besluit lijkt te worden genomen op het niveau van het organisme zelf. Hier is lichaam I aan het werk. Voor zover vreugde, verdriet, trots, schaamte, sympathie of je thuis voelen bij iemand in gang wordt gezet door lichaam I zijn het dus waarneembare emotionele processen.

Zoals James al zei zijn het processen waarbinnen zich een taxatie afspeelt zonder merkbare tussenkomst van het brein. Iets vergelijkbaars gebeurt bij iemand die in een reflex nog net een tegenligger ontwijkt. Terug naar verhaal beer: Aan die reflectie komen gevoelens te pas: Maar nu is ook lichaam II in het spel als expressieve factor. Juist omdat een emotie voor de actor zelf herkenbaar wordt in zijn gevoel, terwijl ook de buitenwacht zijn emotie kan waarnemen, is het mogelijk om er vorm aan te geven.

Hier is onmiddellijk de sociale stilering van gevoelens aan de orde. Lichaam II is een ingelijfd lichaam. De stilering van gevoel kan goed geïllustreerd worden a. Wederom het voorbeeld van het leren golfen. Het van ´binnenuit voelen´ hoe het van buiten moet. Inmiddels wordt algemeen erkend dat dit sensorium openstaat voor beïnvloeding. De antropoloog David Howes overdreef, in die zin dat het sensorium niet alles pikt, hoe sociaal het verder ook is afgesteld.

Het sensorium in het instrument waarmee ervaringen voelbaar worden. Die afstelling is een leerproces. Het sensorium is niet alleen afgesteld op fysieke pijn maar ook op sociale uitsluiting, vernedering en inbreuken op de lichamelijke en geestelijke integriteit. In recente publicaties van Baumeister en De Wall wordt gesuggereerd dat erg veel sociale pijn het sensorium weliswaar afstompt, maar niet op een definitieve manier. Cultuurpsychologen verleggen het accent van wat er in een organisme gebeurt naar wat zich tussen mensen afspeelt, d.

Het is een cruciaal inzicht in de cultuurpsychologie dat emoties en de ermee verbonden gevoelens vorm krijgen in een sociale situatie. Ze zijn onmiddellijk aan de orde wanneer mensen zich tot elkaar richten of wanneer ze zich gezamenlijk op de buitenwereld richten.

De stileringen van de groep modereren in dit geval de affecten. Met de vormgeving aan gevoel in een groep komt ook een geheel eigen klasse van betekenissen tot stand. Dat zijn betekennissen met een lading, die tussen mensen bestaan.

Zodra emotie en gevoel meespelen is een mededeling niet zomaar een mededeling. De aanwezigheid van anderen is daarom essentieel in het ontstaan van gevoelens. Net zo min als ideeën en gedachten in al hun rijdom terug te vinden zijn in de fysiologie van lichaam I, zo zijn gevoelens en emoties niet te begrijpen als louter lichamelijke reacties. De geïnvolveerdheid van het eigen lichaam en dat van de toeschouwer, maakt emoties en gevoelens tot echtmakers.

Emoties laten door hun fysiologische markering in lichaam I, geen twijfel bestaan over wat iemand is overkomen. Emoties en gevoelens brengen daardoor betekenissen aan met een heel eigen werking. Als we letten op hoe emoties en gevoelens functioneren in het menselijk verkeer, dan werken ze niet anders dan ideeën. De vormgeving aan emoties en gevoelens betrekt mensen dus letterlijk met huid en haar in de groep, veel krachtiger dan wat louter op grond van ideeën of argumenten bewerkstelligd zou kunnen worden.

Om die reden zijn emoties en gevoelens cruciaal bij het scheppen en in stand houden van de normatieve orde. Alledaagse automatismen John Bargh: Mensen doen ze op in de gemeenschap waartoe ze behoren. Achter deze suggestie steekt de lastige vraag of de oorzaken van gedrag en de redenen die ervoor gegeven worden, wel goed uit elkaar gehouden kunnen worden. Bevindingen die niet passen binnen de theorie worden tot ruis verklaard.

Ideeën en gevoelens zijn in zo´n optiek dan al gauw een direct gevolg van de manier waarop het brein georganiseerd is. We moeten dus steeds voor ogen houden dat de drijvende kracht achter wat we doen niet wordt gevormd door onze bewuste besluiten alleen.

De motivatie komt mee met wat al op het niveau van het organisme zelf, automatisch en zonder dat we er erg in hebben, is vastgesteld en vervolgens ondernomen. Waarom mensen zo vasthouden aan cultuur Psychologen zijn vaak van de tweedeling uitgegaan dat je of gestuurd wordt van binnenuit of van buitenaf. Inmiddels weten we dat motivatie geen zaak is van irrationele krachten tegenover rationele of van louter bekrachtiging van buitenaf.

Het onbewuste benadrukt iets anders. Het bouwt voort op onderzoek naar het verwerven van vaardigheden en naar de moeiteloze, nietbewuste verwerking van omgevingsindrukken. Hij trof geautomatiseerd gedrag aan bij de waarneming, het streven naar doelen, emoties, stemmingen en bij evaluaties van mensen en gebeurtenissen.

Geautomatiseerd gedrag wordt in gang gezet zonder dat de betrokkenen er erg in heeft. Het is wel volstrekt doelgericht en past bij wat er op dat moment gedaan moet worden. Maar waarom en hoe het gedrag wordt aangestuurd, onttrekt zich aan de eigen waarneming. Barghs onderzoek leidde tot de algemene vaststelling dat bewuste waarneming en verwerking zoveel van onze mentale verwerkingscapaciteit in beslag neemt dat het maar goed is dat veel dingen automatisch verlopen.

Ook motivationele processen kunnen automatisch in gang worden gezet. Deze uitkomst is voor de cultuurpsychologie erg belangrijk. De automaticiteit waarmee gevoel en feeling zich aldus manifesteren, maakt bewuste controle erover moeilijk.

Het is eenzelfde soort hardnekkigheid als die waarvan culturele gedragspatronen, lichaamspraktijken en wijzen van ervaren zijn doordrenkt. Het cultuurpsychologisch perspectief Een psychologisch perspectief op cultuur richt zich dus op de vormgeving aan gedrag en ervaringen. Mensen blijken keer op keer te handelen en te voelen via geijkte lijnen. Die stilering voegt zich naar de sociale kaders die door de groep worden aangereikt: Gaat om praktijken omdat de gepaste gedragingen en gevoelens geoefend en getraind moeten worden.

Uiteindelijk kunnen gedrag en gevoel daarmee een goeddeels automatisch karakter verwerven. Dat maakt dat culturele patronen vaak onmiddellijk beschikbaar zijn en moeilijk te corrigeren: Vormgeving heeft ook betrekking op wat goed, gepast, verkeerd, onaangenaam enz.

Dat maakt andermaal dat het bij ´cultuur´ gaat om lichaamspraktijken die mensen met huid en haar involveren. De stilering van die praktijken is normatief of verplichtend: Dit is niet zozeer een kwestie van instructie of uit je hoofd leren; het gaat om oefening en disciplinering van het lichaam en alles wat daarbij hoort. Dat maakt ervaringen echt doorleefd. Cultuurpsychologie gaat over praktijken die identificerend zijn voor leden van een intrinsiek sociale groep.

Het gaat over gedragingen en gevoelens die hun beslag krijgen binnen de regels, conventies en arrangementen van zo´n groep. Het gaat dus om zaken die worden gereguleerd tussen mensen. Daarom ook is het een misvatting te denken dat ´cultuur´ werkelijk bestaat en iets doet. Alleen mensen doen iets. Digitaal werkboek De sociaal wetenschappelijke literatuur kent het begrip proxemics. Daarmee duidde de antropoloog Edward Hall op de wijze waarop mensen de sociale ruimte waarnemen.

Hij liet zien dat er impliciete maten zijn voor de afstand die mensen tot elkaar innemen, afhankelijk van het soort situatie waarin ze zich bevinden en afhankelijk van de cultuur.

De gemeten afstanden kunnen natuurlijk voor iedereen variëren. Waarschijnlijk mat u ongeveer 20cm voor intiem contact, 80cm voor de sociale afstand tussen vrienden,1. Het lijkt misschien wat absurd om voor deze afstanden expliciete normen en waarden te veronderstellen. Die zijn er dan ook helemaal niet. Wat de norm ongeveer is, is onnadrukkelijk geleerd in sociale interacties. Dat er een vrij precieze maat kan worden vastgesteld die per samenleving varieert, wil dus nog niet zeggen dat iedereen beseft dat er zo'n maat is.

Laat staan dat iemand zich er bewust naar gedraagt. Dit eenvoudige principe maakt duidelijk hoe gemakkelijk er gedacht wordt over wat normen en waarden, codes en regels eigenlijk zijn. In tegenstelling tot wat veel mensen menen, zijn normen en waarden meestal niet glashelder te benoemen. En ze zijn ook niet de reden dat mensen zich op een kenmerkende manier gedragen. Net als de maat van Hall zijn normen en waarden op z'n best regelmatigheden die we achteraf in het gedrag van mensen kunnen herkennen.

Interessant is de middencategorie, waar vaak wordt teruggegrepen op conventioneel gedrag. In deze hoek zitten vaak de beleefdheden. Kritiek op Marokkaanse buurtvaders Op Van Gemerts behandeling van de door hem genoemde cultuurelementen valt trouwens nog wel iets af te dingen. In zijn verklaring ruimt hij een centrale plaats in voor het grote wantrouwen onder Marokkaanse en vooral Riffijnse migranten. Een 'diepgeworteld wantrouwen' geeft volgens hem vorm aan de relaties die Marokkanen met elkaar en anderen aangaan en aan het gedrag dat daarmee samenhangt.

Kinderen worden opgevoed om niemand te vertrouwen, en deze houding is van invloed op de criminaliteit. Van Gemert plaatst dit wantrouwen in een historisch kader door het te koppelen aan een ethos in de Marokkaanse Rif, de bergachtige, moeilijk toegankelijke, dichtbevolkte en in het verleden regelmatig door hongersnood geteisterde en door buitenstaanders bedreigde herkomstregio van veel Marokkaanse migranten in Nederland.

Macht en prestige speelden er een belangrijke rol, list en bedrog waren er aan de orde van de dag. Dat dit ook in Nederland nog het geval is -- Van Gemert spreekt in dit verband van een grote continuïteit en van culturele traagheid -- verklaart hij door erop te wijzen dat zowel vroeger in de Rif als tegenwoordig in de Nederlandse omgeving waar de door hem onderzochte Marokkaanse jongens wonen een 'relatieve schaarste' van economische hulpbronnen heerst.

Als gevolg hiervan volgen de jongens een ieder-voor-zich strategie. Zij streven verbetering van de eigen positie na of pogen in elk geval te voorkomen dat anderen hun positie kunnen verbeteren. Wat is de kern van het betoog van de auteurs? Het probleemgedrag van veel Marokkaanse jongens heeft een hoog Pietje Bel-gehalte. Het is een leeftijdskwestie, misschien met dit verschil dat de consequenties van het gedrag harder aankomen bij mensen dan het puberale gedrag van andere jongeren.

De auteurs wijten die verharding aan een gebrek aan inlevingsvermogen bij de Marokkaanse jongens. Welke ideeën bekritiseren de schrijvers van het artikel? Wat is het probleem niet? Het gaat niet om botsende normen en waarden; het gaat ook niet om gedrag dat een reactie is op stelselmatige discriminatie, religieuze vervolging, criminalisering en achterstelling. Wat is volgens Pels, Van Gemert en Hofstede nou het eigenlijke probleem met deviante tweede generatie Marokkaanse jongeren in Nederland?

Er is voor Marokkaanse jongeren in Nederland geen sociale controle uit de eigen groep, dat wil zeggen het dorp en de familie. Die controle vormde in Marokko een correctiemechanisme dat in Nederland vervalt. Er komt geen andere vorm van correctie voor in de plaats, dus ook niet het in Nederland dominante schuldbesef.

De jongeren leren daarom ook niet voldoende rekening te houden met de consequenties die hun gedrag heeft voor anderen. Schuld en schaamte zijn in feite labels, zegt Shadid. Het zijn restanten uit een koloniaal vocabulaire. Schuld wordt door velen gezien als iets individueels en verhevens, het hoort bij het ontwikkelde Westen. Vergeleken daarmee heeft schaamte betrekking op de groep en oogt ze primitiever.

Wat zijn de hardnekkige patronen in de Marokkaanse opvoedingsstijl die nog herkenbaar zijn bij de immigranten in Nederland? Die horen bij de sociale controle over kinderen, ofschoon die sociale controle zelf --door familie en dorpsgenoten-- niet of nauwelijks functioneert in het gastland. Wantrouwen in de relaties die mensen aangaan.

Bemiddeling en goedpraten van het deviante gedrag van jongeren. Een autoritaire opvoedingsstijl zie ook het radiofragment 6. De auteurs argumenteren dat een vroege signalering en correctie van het gebrek aan inlevingsvermogen wenselijk zijn.

Interessant is dat de auteurs de oplossing niet zoeken in botsende normen en waarden, maar in feitelijk gedrag. Ofschoon hun argumenten, evenals die van Pels en Hofstede sterk lijken op botsende culturen schuld- vs. Een vraag is wel van wie de gewenste correctie moet komen. De eerste generatie migranten is volgens de meeste aangehaalde wetenschappers zo doortrokken van schaamtepatronen dat uit deze hoek geen heil mag worden verwacht.

Van Gemert spreekt daarin de hoop uit dat latere generaties migranten uit zichzelf al een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van anderen ontwikkelen.

Uit alle bronnen wordt duidelijk dat vooral de stagnerende gedragspatronen van de eerste generatie s migranten worden aangewezen als oorzaak van de problemen bij de huidige generatie jongeren. Dat is psychologisch gezien al een vruchtbaarder analyse dan blijven steken bij de constatering alleen dat schaamte en schuld of collectiviteit en individualiteit tegenover elkaar komen te staan. Een korte geschiedanalyse Niettegenstaande de vergelijkbare verworvenheden in materiele zin, zijn er lokaal opvallende verschillen in de sociale relaties en in hoe men zich t.

De modernisering is tot nu toe tamelijk eenzijdig gebleken op het punt van de gedragspatronen die zich in samenspraak met modernisering ontwikkelen.

Niet overal is men even ontvankelijk geweest voor de westerse levensstijl, ofschoon er intussen wereldwijd vergelijkbare technische prestaties zijn geleverd. Dat laatste is mede een gevolg van een wreed en weinig zachtzinnig proces: Nu pas blijkt dat het beschavend optreden van het westen nooit echt georiënteerd was op andere landen en volkeren. Het gebruik van de term ´offensief´ nemen we over van al diegenen die de wijze waarop het Westen zijn levensstijl opdrong weinig zachtzinnig vonden.

Tot , toen duidelijk werd dat de westerse wereld zoiets afschuwelijks opleverde als de holocaust, wat men er in het Westen van overtuigd dat dit deel van de wereld iets bijzonders te bieden had. Nu beseffen we dat beschaving vermoedelijk weinig te maken heeft met wat door een bepaalde groep aan diepgang bedacht is. Beschaving vatten wij hier op als een empirisch begrip, zoals water. Je kunt het maar beter niet definiëren. Ook in dit deel gaat het ons niet alleen om geschiedschrijving. De term ´cultuuranalyse´ komt nog het dichtst in de buurt van wat we willen.

Doordat we een psychologische analyse van cultuur nastreven, en niet zozeer een systematische interpretatie van culturele verworvenheden, is de bestaande term ´cultuuranalyse´ verwarrend.

De veelheid aan ontwikkelingen die mede hebben bijgedragen tot een eigenaardig westers leefgevoel. Het gevoel, dat wij de beste van alle werelden bewonen, dat we anderen ver achter ons laten en dat we anderen dan ook veel te bieden hebben. Er mag in deze tijd dan enige relativering plaatsvinden van deze positie, doordat de confrontatie met andere beschavingen die in hun variant even fundamentele voordelen ervaren een feit is.

De gevolgen zijn aan de orde van de dag. Nederlandse leiders moeten erkennen dat ze er niet goed in geslaagd zijn om niet-westerse nieuwkomers op te nemen. Het westers beschavingsoffensief Onder de westerse wereld verstaan we het rijke, min of meer liberaal-democratische NoordAtlantische gebied met inbegrip van heel het Europese schiereiland.

Europa moest eerst door een periode van vrijwel absolute heerschappij heen om pas na de koloniale tijd, grofweg tussen en ten einde kwam, schoorvoetend andere wereldbeelden toelaten.

Rond waren er nog duchtige rivalen: Ming-dynastie in China, rijk van de Mogul in India, en het Ottomaanse rijk. Azië moest Europa voor laten gaan. Zonder dat men zich dit in het Westen ten volle heeft gerealiseerd, wordt er al bijna even langdurig alternatief beschavingsoffensief gevoerd in de islamitische wereld.

De onmiskenbare technologische en economische bloei waar het westen al sinds het begin van de 20e eeuw van profiteerde doet nu ook elders zijn werk.

Die ontwikkelingen zijn moeilijk te begrijpen vanuit filosofieën die in het liberaal-democratische gedachtegoed het eindstadium van de geschiedenis zijn. De voorsprong van het Westen Jared Diamond: Hij accentueert de ecologische omstandigheden die het Westen een ontwikkelingsvoorsprong gaven. Hij verdedigt daarmee een kijk waarin materiele omstandigheden de boventoon voeren.

Volgens ons gaat het meer dan ecologie alleen. Die ongebonden denkers en kunstenaars zijn nodig voor inventiviteit en kritiek. Wat we wel overnemen is het idee dat vier ecologische voorwaarden wel degelijk een cruciaal verschil uitmaakten en dat die het Westen een erg gunstige start opleverden. We beperken ons tot wat de westerse wereld op dit moment als nastrevenswaardig propageert en voorlegt aan de rest van de wereld: Toch blijft ten minste één aspect van vooruitgang onbelicht.

De auteurs benadrukken dat vooruitgang van een samenleving of beschaving afhankelijk is van creatieve denkers, kunstenaars, critici, visionairs, etc. Voor dergelijke personen moet ruimte zijn en niet een klimaat van bijvoorbeeld vervolging en onderdrukking. Diamond heeft wat dat betreft relatief veel oog voor omgevingsinvloeden, en weinig voor wat er zich tussen mensen afspeelt.

Sumerië was één van de zes streken waar de productie van voedsel een aanvang nam. De naamgeving van de huidige westerse beschaving is verre van onbetwist.

Sommigen spreken van de joods-christelijke beschaving. Dan worden voor het gemak de Oerze, de Grieken en de Romeinen vergeten. Ook wordt in dat geval geen krediet gegeven aan de Arabisch-islamitische beschavingen. Ligt horizontaal uitgestrekt over gematigde breedtegraden. Alle anderen verticaal over de arctische graden.

Dat betekent dat door de kleine en geleidelijke verschillen in klimaat en daglengte de vroege verspreiding van planten en dieren over het brede gebied van Azië en Europa gunstig en gemakkelijk verliep. De overige drie voorwaarden: Dit bood de voorwaarde tot surplusproductie. Dat surplus kon verhandeld worden, wat de oprichting van bestuurlijke eenheden mogelijk maakte.

Daarbinnen konden leden van bevoorrechte bevolkingsgroepen zich specialiseren in cognitieve taken. Later ruimte voor dichters en denkers en functies als priesters en bewakers van rituelen. De offers waren een vorm van belasting. De organisatie van dat alles was al een vorm van bestuur. Het domesticeren van planten en het omvormen van dieren tot voedselbron, last- en krijgsdier vormen de tweede en derde voorwaarde voor het westerse succes.

Doordat de leden van Euraziatische beschavingen lange tijd over gedomesticeerde dieren beschikten en dus geslachtenlang met de dieren verkeerden, ontwikkelden zij immuniteit tegen ziekten die van dier op mens overgaan, zoals pokken en griep. Doorgaans was er sprake van een centraal machtscentrum van waaruit kleinere centra zich als een netwerk over het land verspreidden. Zij was echter ook een bron van politieke problemen. Het Europese continent was ook compacter in geografische zin en er was een in verhouding veel dichter netwerk van machtscentra.

Wat overal tot stand kwam was een infrastructuur die herkenbare sporen achterliet van steden, verbindingswegen en militaire uitrusting.

We volstaan hier met de vaststelling, dat een aantal elementen onmisbaar is gebleken voor de inrichting van de grote rijken die vanaf van mondiale betekenis hadden kunnen worden: De wereld na Vanaf het moment dat dit spel van overheersing begon, ongeveer na de val van Granada in toen de islam na acht eeuwen verblijf uit West-Europa werd verdreven, gaat de algemene beschavingsgeschiedenis over in een bijzondere. Als in Europa vanaf de 18e eeuw juist door de industrialisatie een kwalitatieve sprong voorwaarts wordt gemaakt, wordt het economisch contrast met Azie alleen nog maar groter.

Dat kreeg formeel zijn beslag in , toen Osman I van het verbrokkelde rijk van de Seltsjoeken de infrastructuur overnamen. De Seltsjoeken waren op hun beurt vanaf de 8e eeuw het Arabische moslimwereldrijk binnengedrongen. Het Ottomaanse rijk, dat zeker door de moslims zelf in het verlengde van het Abbasidische rijk wordt geplaatst, beleefde zijn expansie tussen de 16e en de 18e eeuw.

Zowel de Seltsjoeken als de Ottomanen waren Turkse stammen die al vroeg de islam verkozen. Onder hun heerschappij werd door wetgeleerden de sharia het Islamitische rechtssysteem van de Arabische moslims overgenomen. Door zich vanaf de 11e eeuw te vestigen te midden van allerlei niet-Turkse volkeren, moest dit Ottomaanse rij in spe conflicten aangaan met de Arabische, Perzische en westerse wereld.

Alle landen waar men Arabisch sprak behoorden op den duur tot het Ottomaanse rijk, behalve delen van het huidige Saudi-Arabië, Soedan en Marokko.

Het nieuwe rijk was sterk bureaucratisch, met een uitgebreid belastingsysteem en tal van lokale bestuurlijke centra, die slechts in formele zin aan de sultan in Istanbul gebonden waren. Dat kenmerkt de Islam: Het gezag op godsdienstig gebied is niet te scheiden van het wereldlijke gezag. Het gezag van de geestelijkheid heeft daarom niet het soort aparte status dat b. Er is in de islam geen centraal en separaat machtsorgaan van waaruit de religieuze leer wordt uitgedragen.

De Koran is de eerste bron voor hoe gehandeld moet worden ten overstaan van God en de medemens. Daarnaast zijn er getuigenissen over het handelen van Profeet Mohammed, de soenna, en de schriftelijke vastlegging daarvan in de hadieth. Vervolgens bestaat er concrete jurisprudentie over de beginselen die moeten worden aangehangen. De neerslag van dat denkproces vormt de fiqh. De sharia is wat er uiteindelijk aan rechtsbeginselen tot stand kwam. Deze wet kreeg zijn beslag in scholen die aan de diverse islamitische staten hun rechtsgrond gaven.

Op deze wijze ontstond toch een vrij massief religieus-ethischjuridisch systeem dat niet goed kan inspelen op veranderingen en dat in de kern autoritair is. De beschavende invloed van het Ottomaanse rijk heeft op wereldschaal evenveel aanhangers opgeleverd als het katholicisme. Het proces is in feite een tweede beschavingsoffensief geweest naast dat van Westen zelf.

Het is niet gemakkelijk om dit offensief te beoordelen te midden van eeuwenlang westers verzet ertegen, te beginnen met Karel Martels terugdringen van de Moren in Zo staat de slag bij Poitiers nog steeds te boek als een christelijk wapenfeit van de eerste orde. Door louter de formele band die lokale machthebbers hadden met de Porte in Istanbul bleven investeringen in de veraf gelegen gebieden uit. Daardoor bleef in feite een heel ongeletterd en arm achterland bestaan aan de randen van het Ottomaanse rijk.

Het rijk groeide door tot het einde van de 18e eeuw. Maar in die eeuwen van expansie ging de elite niet echt mee in de innovaties die Europa inmiddels bijzonder maakten: Als gevolg van ver doorgevoerde arbeidsdeling, handel, sociale stratificatie, transportwegen, informatiekanalen, en ontwikkeling van militaire macht was Europa aan het einde van de 18e eeuw zo sterk geworden dat het Ottomaanse rijk geen reële bedreiging meer vormde.

Dat rijk begon pas aan een vernieuwingspoging, mede onder invloed van de Franse revolutie, toen het al zwak en wanordelijk was. Uiteindelijk bleef na de WO I Turkije over. Onder deze naam beschrijft hij de periode in de late middeleeuwen waarin wel degelijk sprake was van een vernieuwingsbeweging, maar dan zonder het licht en lichtvoetigheid van de Italiaanse variant. In Spanje werd een tamelijk massieve, eenvormige wereld nagestreefd zonder op zich staande individuen, zoals later in Italië wel geprobeerd werd.

De val van Granada liet zien dat de kruistochten nog niet over waren. Ze werden in de pas ontdekte Amerika voortgezet. Weinig mensen kennen deze renaissance, daarvoor was de wervingskracht te gering. In de Spaanse zwarte renaissance speelde de rede niet de hoofdrol die haar werd toebedeeld in de standaard Italiaanse renaissance. Juist het christelijke geloof met al zijn wrede uitsluitingen was sterker in de Spaanse tegenhanger. Tot op de dag van vandaag is de Goede Week, de Semanta Sancta het christelijke evenement van het jaar.

Wat dat betreft was de Italiaanse renaissance een heel stuk lichter en frivoler, met ook haar aandacht voor zintuiglijke verfijningen in de vorm van mooie spullen, vrolijke kleuren enz. Granada was het laatste islamitische bolwerk in het huidige Spanje.

Daarmee voltooide vorst Ferdinand II van Aragon de reconquista die eeuwenlang had geprobeerd om de moren uit het Iberisch schiereiland te verdrijven. De overwinning van het geloof van de christenen verdreef niet alleen de islam, maar zette ook de sefardische joden in Spanje buitenspel. Aanvankelijk kregen moslims en joden nog de keuze uit bekeren of vertrekken.

Toen Columbus in ook nog Amerika ontdekte, betekende het bewind van Ferdinand en Isabella de basis voor de Spaanse wereldheerschappij. Karel de V kwam aan de macht in Hij werd koning van Spanje na de dood van zijn grootvader. Toen zijn andere grootvader overleed werd hij ook aartshertog van de Habsburgse erflanden, waaronder Nederland.

Daarmee erfde hij ook de scepter over het Heilige Roomse Rijk, de alliantie van Europese landen die nauw verbonden waren aan katholieke kerk en die zichzelf zagen als de voortzetting van het Romeinse rijk. Vanaf het moment dat hij de boeren en het gewone volk in zijn protest meekreeg was het christendom geen eenheid meer.

De protestantse kerkhervormingen van Luther, Huldrych Zwingli en Johannes Calvijn hadden grote politieke gevolgen. In de godsdienstoorlogen die volgden werd de centrale macht van de katholieke kerk gebroken. Aan deze oorlogen kwam in een definitief einde met het tekenen van de Vrede van Munster.

Daarmee werd het protestantisme overal erkend en was tevens de basis gelegd voor een aantal nieuwe soevereine staten. Onder invloed van het intermezzo van de twee grote wereldoorlogen die West-Europa uitputten, polariseerde de mondiale hegemonie in de 20e eeuw tussen de Sovjetunie en de Verenigde Staten. Toen de christenheid verdeeld raakte tussen protestant en katholiek zijn er voorwaarden geschapen voor machtswisselingen en coalitievormingen die uiteindelijk het Westen bij de les hielden.

Er ging een innovatieve prikkel uit van de onstabiele en concurrerende politiek in Europa. In de periode tussen en profiteerde Europa het meest van wat er aan goederen en diensten de globe overging. Het rivaliserende Ottomaanse rijk stagneerde juist wat betreft technische en bestuurlijke innovatie; zozeer zelfs, dat het Westen zijn inslag geheel heeft verwaarloosd.

Van Ottomaanse zijde was na het midden van de 16e eeuw immers niet ingrijpends meer vernomen. De relatieve stilte van Ottomaanse kant was een gevolg van administratieve verstarring en isolatie die optraden in de periode waarin het Westen juist steeds maar weer door machtswisselingen werd gedreven. Dat het Ottomaanse rijk zo gemakkelijk andere volkeren en hun religies in zich opnam was pure noodzaak om de geringe bevolking op peil te houden in streken die doorkliefd werden door uitgestrekte en onherbergzame gebieden.

Wanen kunnen verwijzen naar andere stoornissen zoals schizofrenie of een stemmingsstoornis of door somatische aandoeningen of middelengebruik worden veroorzaakt.

Waanpatiënten willen meestal zelf geen behandeling. Gedragtherapeutische interventies kunnen effectief zijn. Goedaardige, korte psychotische stoornissen die plotseling beginnen. Vaak heeft iemand heftige en snelwisselende emoties.

Herstel treedt meestal snel en spontaan op. De behandeling bestaat uit opvang, ondersteunende gesprekken en soms antipsychotica of benzodiazepine. Gedeelde psychose folie à deux: Iemand of meerdere personen neemt de waan van iemand waar hij een nauwe relatie mee heeft over. Dit is vrij zeldzaam. De behandeling begint door de deelgenoten van de waan uit elkaar te halen en vaak heeft alleen de inductor een ernstigere stoornis.

Psychotische stoornis door middelengebruik: Psychosen die veroorzaakt zijn door psychoactieve stoffen tijdens de intoxicatie of onthouding. Hoofdstuk 23 Psychiatrische stoornissen met algemeenmedische oorzaken Hierbij is er een stoornis in het bewustzijn het bewustzijn is verlaagd en problemen met cognitieve functies. Iemand heeft een aandachtsstoornis, indrukken worden niet goed verwerkt, de patiënt is vaak gedesoriënteerd, er kunnen problemen met het geheugen en waarneming zijn, hallucinaties kunnen optreden of aan waarnemingen wordt een verkeerde betekenis gegeven, soms praat iemand verward en denkt incoherent, de patiënt is vaak geprikkeld, angstig of depressief en ook de slaap en motoriek kunnen worden aangetast.

Een delier kan ontstaan door een lichamelijke aandoening die meestal ergens anders in het lichaam is en een secundair effect op de hersenen heeft. Veel verschillende somatische aandoeningen kunnen een delier veroorzaken, voorbeelden hiervan zijn schedelletsel, een infectie of ernstig vochttekort.

Een delier kan ook ontstaan door intoxicatie of onthouding van psychoactieve stoffen. Factoren die het risico op een delier verhogen zijn: Er zijn niet vaak problemen met de diagnostiek al kunnen mildere vormen soms niet herkend worden. Het kan helpen de patiënt in een overzichtelijke en rustige omgeving te plaatsen en de prikkels die worden toegediend te controleren.

Wanneer goed behandeld verdwijnt een delier vaak na een korte tijd. Bij dementie is er verval van cognitieve functies. Er zijn geheugenstoornissen gekenmerkt door vergeetachtigheid. In het begin treft dit alleen het kortetermijn geheugen, maar in een later stadium ook het langer termijngeheugen.

Ook zijn er problemen in het abstracte denken die het oordeling vermogen en het begrip dat een patiënt heeft van een situatie aantast. Ook motorische handelingen, taalbeheersing en het herkennen van voorwerpen kunnen aangetast worden. Hierdoor verandert iemands persoonlijkheid. In de eerste fase hebben mensen vaak door dat hun psychisch functionen verandert en wordt geprobeerd dit te compenseren en gaat het samen met secundaire psychische reacties zoals depressies.

Dementie komt het meest voor bij ouderen. Dementie kan verschillende oorzaken hebben maar de meest voorkomende zijn de ziekte van Alzheimer en bloedvatvernauwing in de hersenen. Ook andere somatische aandoeningen of middelengebruik kunnen demetie veroorzaken. Dementie is iets anders dan normale veroudering waarbij de geheugenfunctie ook minder wordt. Het onderscheid tussen dementie en een depressie kan bij ouderen soms moeilijk te zien zijn.

Er zijn verschillende typen dementies: Dementie van het alzheimer type: Dit type komt het meest voor. Bij de ziekte van Alzheimer vallen hersencellen geleidelijk uit en vervallen daardoor de hogere cognitieve functies. Het risico op deze ziekte verhoogt met de leeftijd. De ziekte duurt gemiddeld zeven jaar en eindigt met de dood. Het ontwikkelt zich geleidelijk en begint met trager reageren, minder concentratie, een afnemend incasseringsvermogen en gaat verder tot duidelijke geheugensstoornisse en sterke hulpeloosheid.

Secundair komen gedragsstoornissen vaak voor. Het risico op de ziekte van Alzheimer is voor mensen boven de 85 ongeveer 15 procent. Het risico bij mannen is net zo hoog als bij vrouwen, maar er zijn meer vrouwen met de ziekte omdat vrouwen doorgaans ouder worden dan mannen.

De oorzaak van de ziekte van Alzheimer is niet bekend. Genetische en omgevingsfactoren lijken een rol te spelen. Er zijn genetische afwijkingen in de hersenschorsgebieden waarbij het risico op de ziekte aanzienlijk hoger is.

Verder is aangetoond dat er een tekort aan de neurotransmitter acetylcholine is. Hierbij vindt het verlies van cognitieve functies in sprongen plaats en is het verlies op sommige gebieden sterker dan op andere.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen cordicale vormen waarbij vooral de hersenschors is aangetast en subcorticale vormen waarbij vooral de dieper gelegen hersengebieden beschadigd zijn. Dementie als gevolg van andere somatische aandoeningen: Dementie als gevolg van middelengebruik: Bij ongeveer 10 procent van de alcoholisten komt dementie voor, ook hier neemt het risico toe met de leeftijd.

Het wordt veroorzaakt door de giftige effecten van alcohol, vitaminetekort en chronische ondervoeding. Ook een vergiftiging van zware metalen kan dementie veroorzaken. Dementie kan meestal niet worden gestopt.

Eerst moeten de lichamelijke oorzaken worden behandeld en complicaties bestreden meestal met medicijnen. Cognitieve en gedragsstoornissen kunnen worden getemperd met acetylcholinesteraseremmers. Verder bestaat de behandeling vooral uit hulp en opvang. Vooral recente informatie kan niet worden herinnerd en dit leidt snel tot desoriëntatie. Vaak hebben patiënten niet door dat ze geheugenproblemen hebben en vullen ze leemtes op met gefantaseerde herinneringen. Het verloop is bijna altijd chronisch.

De stoornis komt meestal door een lokale beschadiging van diep in de hersenen gelegen structuren die veroorzaakt is door een somatische aandoening bv. Behandeling heeft meestal geen effect. Katone stoornis door een somatische aandoening: De symptomen hiervan zijn bewegingsstoornissen, vooral onbeweeglijkheid, mutisme niet spreken en het aannemen van bepaalde ongewone houdingen.

Bij alle drie kan beweging niet op gang worden gebracht. Samen worden ze katalepsie of stupor genoemd. Ook kan bij de katone stoornis echopraxie andermans bewegingen imiteren , echolalie iemand naspreken , automatische gehoorzaamheid, bewegingsdrang, stereotypieën zinloze bewegingen die regelmatig herhaald worden of maniërismen als de bewegingen wel een ridicule of overdreven betekenis hebben , grimassen en ambitendentie niet kunnen kiezen en daardoor alteneren tussen twee bewegingen voorkomen.

Katone symptomen kunnen bij stemmingsstoornissen, schizofrenie, en op zichzelf voorkomen. Er bestaat acute en chronische kattonie.

Chronische katanonie is nu zeldzaam en wordt veroorzaakt door een infectie in de hersenen, het is een neuropsychiatrisch syndroom. Acute katanonie kan worden veroorzaakt door een hersenontsteking, een andere somatische aandoening of antipsychotische medicijnen. Als er een organische oorzaak is wordt hier de behandeling op afgestemd. Ook anders is het belangrijk om een longembolie, dehydratie en een infectie te voorkomen. Elektroshockbehandeling is het meest effectief bij katanonie.

Persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening: Een somatische aandoening kan iemands persoonlijkheidsstructuur veranderen.

Al eerder aanwezige karaktertrekken kunnen versterkt worden, maar meestal is er werkelijk verval en verandering van de persoonlijkheid. Er zijn verschillende typen. Meestal komt dit doordat een somatische aandoening zoals een hersenbloeding of tumor de hersenstructuur structureel verandert. Het is vaak moeilijk te onderscheiden van psychologische reacties na een ongeval.

Bij persoonlijkheidsveranderingen door een somatische aandoening zijn meestal de frontale kwabben die belangrijk zijn voor hogere hersenfuncties beschadigd. Deze stoornis is bijna nooit echt te behandelen. Hierdoor gaat de behandeling vooral om acceptatie, ondersteuning en opvang. Hoofdstuk 24 Persoonlijkheidsstoornissen De persoonlijkheid ontwikkelt zich verder na de adolescentie.

Biologische factoren, ervaring, opvoeding en sociale en culturele context vormen de persoonlijkheid. De stoornis begint in de adolescentie of vroege volwassenheid en wordt niet veroorzaakt door een somatische aandoening, middelengebruik of een andere psychische stoornis. In de DSMIVTR worden persoonlijkheidsstoornissen op een andere as gegeven dan klinische syndromen, maar het is de vraag hoeveel deze werkelijk van elkaar verschillen.

Mensen met dit soort stoornissen erkennen dit niet vaak en zoeken niet snel hulp bij een psycholoog of psychiater. De manier waarop de omgeving omgaat met de patiënt heeft invloed op het functioneren en lijden van de patiënt.

Bij het diagnoseren moet er gekeken worden naar hoe de persoon zich naar zijn omgeving aanpast, maar ook naar hoe de omgeving zich aan de persoon aanpast. Tot luster A, het bizarre, vreemde, excentrieke cluster, behoren de paranoïde, de schizoïde en de schizotypische persoonlijkheidsstoornissen. Tot Cluster B, het dramatische, emotionele impulsieve cluster, behoren de antisociale, de bordeline- en de theatrale en de narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Tot Cluster C, het angstige, vreesachtige cluser, behoren de ontwijkende of vermijdende, de afhankelijke en de obsessief-compulsieve of dwangmatige persoonlijkheidsstoornissen. De grenzen tussen de verschillende stoornissen kunnen vaag zijn en het gedrag van twee personen met dezelfde stoornis kan sterk verschillen. Dit kunnen ze op verschillende manier uiten zoals door openlijk confrontaties aan te gaan, een vijandige houding of door te klagen.

Vaak zijn deze mensen rancuneus. Ook vrienden en de clinicus worden moeilijk vertrouwd. Er is nog weinig onderzoek naar deze stoornissen.

Sommige van de symptomen komen ook bij schizofrenie en sommige waanstoornissen voor, maar bij de persoonlijkheidsstoornis zijn geen hallucinaties of wanen en het lijkt het op de schizotypische persoonlijkheidsstoornis.

De grens tussen de schizoïde en de vermijdende en schizotypische persoonlijkheidstoornis is vaag. Kenmerkend hiervoor is een patroon van eigenaardigheden in gedrag, gedachten en uiterlijk en moeilijk kunnen omgaan met anderen. Voorbeelden van de eigenaardigheden zijn maniërisme en in zichzelf praten. Vaak zijn deze mensen ook achterdochtig en zullen niet snel hulp zoeken. Het kan moeilijk zijn om het van schizofrenie, de vermijdende, obsessief-compulsieve en vooral van de borderline-persoonlijkheidsstoornis te onderscheiden.

Het gaat vaak samen met een depressieve stoornis. Ook kan het later uitmonden in schizofrenie. Iemand met een antisociale persoonlijkheidsstoornis vertoont antisociaal en onverantwoordelijk gedrag. Deze mensen kennen geen schuld- of spijtgevoelens en denken vooral aan hun eigen voordeel en zijn vaak agressief, prikkelbaar en roekeloos. Deze diagnose wordt vaak bij criminelen en verslaafden gesteld.

Kenmerkend hiervoor zijn instabiele emoties en relaties, een instabiel zelfbeeld, impulsiviteit en identiteitsstoornissen. Mensen met deze stoornis zijn bang om in de steek gelaten worden en als ze afgewezen worden kunnen ze hier slecht mee omgaan. Oordelen over mensen, plannen en opvattingen kunnen snel omslaan. Suïcide komt heel vaak voor. De comorbiteit met andere persoonlijkheidsstoornissen is groot. Ook gaat het vaak samen met stoornissen door middelengebruik, stemmingsstoornissen en PTSS.

De criteria voor de borderline-persoonlijkheidsstoornis zijn vaag en de term wordt vaak ten onrechte gebruikt voor mensen die moeilijk in één bepaalde categorie onder te brengen zijn. Mensen met deze stoornis zoeken veel aandacht en bevestiging en gedragen zich vaak buitenproportioneel emotioneel. Ook wanneer dit ongepast is gedragen ze zich seksueel verleidelijk. Veel geld en moeite wordt aan het uiterlijk besteed en hun taalgebruik is vaak impressionistisch en theatrale uitingen van emoties worden gegeven als anderen aanwezig zijn.

Deze personen zijn vaak erg suggestibel. Er is veel overlap met andere persoonlijkheidsstoornis en vaak is er ook een somatisatiestoornis aanwezig. Deze symptomen moeten voor de diagnose inflexibel zijn of samengaan met aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren, subjectief lijden of onaangepast gedrag. Kenmerkend hiervoor is angst voor contact met anderen. Mensen met deze stoornis zijn verlegen, willen wel sociaal contact maar vermijden het vaak uit angst voor kritiek of afwijzing en gaan alleen relaties aan als ze zeker zijn dat de ander hem mag.

Ze vinden het moeilijk om over zichzelf te praten en zijn terughoudend. Onbekende situaties worden zoveel mogelijk vermeden en daardoor komen er problemen op het sociale en beroepsmatige gebied. Mensen met deze stoornis hebben in hun jeugd vaak weinig stimulans gehad om zich los te maken van anderen. Er is een preoccupatie met controle, ordelijkheid en perfectionisme. Mensen met deze stoornis zijn nooit tevreden, besteden veel aandacht aan onbelangrijke details, werken veel en zijn slecht in samenwerken omdat ze niet controle uithanden willen geven.

De levensstijl van deze mensen is vaak sober, er zijn vaak conflicten met anderen door hun koppigheid en ze bewaren alles. Mensen met de obsessiefcompulsieve stoornis van as I voldoen meestal niet aan de criteria van se obsessiefcompulsieve stoornis. Tussen de 5 en 15 procent van de bevolking heeft één of meerdere persoonlijkheidsstoornissen. Elke stoornis afzonderlijk komt bij tussen de 0 en 5 procent van de bevolking voor.

De borderline-, theatrale en afhankelijke persoonlijkheidsstoornissen komen vaker voor bij vrouwen, de anti-sociale vaker bij mannen. Cluster A stoornissen komen vaker bij oudere mensen voor en cluster C vaker bij jongere.

Behalve bij de obsessiefcompulsieve en borderline-persoonlijkheidsstoornis is het opleidingsniveau van mensen met persoonlijkheidsstoornissen gemiddeld lager dan bij mensen zonder. Volgens psychoanalytici zijn er in de structurele organisatie van de persoonlijkheid bij deze stoornissen onbewuste conflicten of defecten. Volgens leertheoretici is de oorzaak bekrachtiging van het ontwijkende gedrag en volgens de humanistische benadering zijn er ongunstige omstandigheden geweest die de ontwikkeling van de persoon met de stoornis in de weg hebben gezeten.

Ongeveer de helft van de persoonlijkheid is erfelijk bepaald. Door genetische verschillen reageren mensen anders op hun omgeving. Vaak zijn er in de kindertijd al afwijkingen aanwezig. Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan van de stoornissen: De persoonlijkheid wordt hiermee in kaart gebracht door middel van taal.

Vijf facetten van de persoonlijkheid worden gemeten: Dit model beschrijft vooral de gezonde persoonlijkheid, maar persoonlijkheidsstoornissen worden ook wel gezien als extreme trekken die ook in een gezonde persoonlijkheid voorkomen. Dit is een psychobiologisch model. Het bestaat uit vier temparementdimensies waarvan wordt gedacht dat ze erfelijk bepaald zijn en de ontwikkeling beïnvloeden: Verder zijn er vier karakterdimensies die pas later tot stand komen door interactie tussen de temparementen en omgevingsfactoren: Volgens Cloninger hangen sommige van de dimensies samen met bepaalde neurotransmittersystemen, maar hier is weinig bewijs voor.

Niet de objectieve situatie, maar de subjectieve perceptie hiervan beïnvloedt emotie en gedrag. Deze assumpties kunnen worden verdeeld in fundamentele, conditionele en instrumentele assumpties. Een inter-persoonlijk model van persoonlijkheidsstoornissen: Volgens Leary ontwikkelen mensen op jonge leeftijd al een inter-persoonlijke stijl, ze eigenen zich bepaalde rollen toe en vormen een definitie van zichzelf wat tot gedrag leidt dat bepalend is voor relaties met anderen.

De pathologie is in een persoon zelf. Psychische processen krijgen vorm door het ego. Dit is een structuur die voor stabiliteit zorgt en door biologische en psychologische factoren wordt georganiseerd. Volgens drie criteria wordt getoetst hoe rijp de ego is en of er een conflict of defect aanwezig is: Drie verschillende organisatieniveaus worden in dit model onderscheden en iedereen kan in één van deze geplaatst worden: Elke organisatie kan samengaan met psychopathologische symptomen.

Naar aanleiding van dit model is een Structureel interview ontworpen. Het biosociale leermodel van Millon: Persoonlijkheid ontwikkelt door biologische disposities en leerervaringen door bekrachtiging. Hoe actief en passief en waar bij zichzelf, een ander, bij allebei of niet de bekrachtiging wordt verworven vormt de persoonlijkheid. Er zijn acht persoonlijkheidspatronen voor normale personen en angststoornissen.